Aanleiding, feiten, context

De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties introduceerde de mogelijkheid om een categorie van gemengde inbreuken in te voeren, nl. overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en overtredingen van de bepalingen betreffende verkeersbord C3 (verboden toegang in beide richtingen) en F103 (voetgangerszone), de zogenaamde GAS-4.

 

Deze inbreuken blijven strafbaar in de wegverkeerswetgeving, maar tegelijkertijd werd voorzien in de mogelijkheid om deze inbreuken administratief af te handelen.

De administratieve boetes worden in dit geval door de gemeente zelf geïnd.

 

Door de gemeente Riemst werden de betreffende inbreuken opgenomen in een politieverordening, meer bepaald ingevolge de voormelde besluiten van het college van burgemeester en schepenen in zitting van 24 maart 2021 (Overdracht GAS naar provinciale administratieve ambtenaar) en de gemeenteraad in zitting van 12 april 2021 (Aanpassing GAS + aanstelling provinciale sanctionerend ambtenaren). Daarbij werd beslist om de provinciale sanctionerende ambtenaren aan te stellen voor de afhandeling van deze GAS-dossiers.

 

Juridische gronden en bevoegdheid

Artikelen 40 en 41 van het Decreet over het lokaal bestuur.

Artikelen 119, 119bis en 135§2 van de Nieuwe gemeentewet.

De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en haar uitvoeringsbesluiten.

De wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (wegverkeerswet) in het bijzonder artikel 29 quater.

 

Het koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.

 

Het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Riemst in zitting van 14 juni 2021 tot goedkeuring van de politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.

 

Het besluit van het schepencollege van de gemeente Riemst tot goedkeuring van het aangepaste protocolakkoord met de Procureur des Konings van 25 maart 2026.

 

Motivering

Op 23 januari 2026 werd in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 14 januari 2026 gepubliceerd tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.

 

Het KB van 9 maart 2014 kreeg hierdoor een grondige update, voornamelijk om de tekst in overeenstemming te brengen met wijzigingen aan de GAS-wet en de wegverkeerswet.

 

Eind 2023 werd de GAS-wet namelijk op verschillende punten bijgestuurd, vooral om tegemoet te komen aan een aantal onvolkomenheden die in de praktijk waren vastgesteld wat betreft de toepassing van de wet.

 

Verder konden gemeenten in hun reglementen of verordeningen een administratieve sanctie voorzien voor overtredingen van verkeersbord ‘F111’, dat de fietszones aanduidt.

 

Eveneens konden overtredingen op verkeersbord F111, C3 en F103 nu ook door GAS-vaststellers worden vastgesteld, en niet enkel met automatisch werkende toestellen.

 

Die wettelijke wijzigingen waren echter nog niet verwerkt in het KB van 9 maart 2014, waardoor de wijzigingen in de praktijk niet konden worden toegepast.

Dit is door het KB van 14 januari 2026 verholpen, waardoor met ingang van 1 maart 2026 deze wijzigingen in werking treden.

 

Samengevat betreffen de volgende aanpassingen:

De titel van het KB werd aangepast naar ‘Koninklijk Besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.’

Het KB werd in overeenstemming gebracht met een aantal wijzigingen in de wegverkeerswet (art. 3, 2° tot 6°).

Het KB werd in overeenstemming gebracht met de nieuwe GAS-wet sinds 2024. Overtredingen op het verkeersbord F111 (met uitzondering van de snelheidsovertreding) mogen gesanctioneerd worden met GAS. Daarnaast is het geen verplichting meer om de overtredingen vast te stellen met automatisch werkende toestellen.

Een aantal tegenstrijdigheden tussen de Franse en de Nederlandse versie werden rechtgezet.

 

Het is bijgevolg aangewezen om de politiereglementen betreffende de GAS 4-inbreuken te wijzigen zodat zij in overeenstemming zijn met de aanpassingen aan het KB.

 

BESLUIT: Goedkeuring aanpassing GAS4

eenparig

 

artikel 1: Bekrachtiging aangepast protocolakkoord

De gemeenteraad bekrachtigd het aangepaste protocolakkoord over overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties tussen de gemeente Riemst en de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement Limburg.

 

artikel 2: Goedkeuring politieverordening

De gemeenteraad keurt de onderhavige politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, goed.

 

POLITIEVERORDENING BETREFFENDE DE GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES VOOR DE OVERTREDINGEN BEDOELD IN ARTIKEL 3, 3° VAN DE WET VAN

24 JUNI 2013 BETREFFENDE DE GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES

 

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

 

artikel 1: Doel

Deze politieverordening geeft uitvoering aan het Koninklijk Besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

artikel 2: Definities

De definities opgenomen in het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg zijn evenzeer van toepassing op onderhavige politieverordening.

 

artikel 3: Toepassingsgebied

Deze politieverordening is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Riemst, met uitzondering van de autosnelwegen die dit grondgebied doorkruisen.

 

artikel 4: Doelgroep

Deze politieverordening is van toepassing op iedere meerderjarige natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon die zich op het grondgebied van de gemeente bevindt, ongeacht zijn woonplaats of ligging van de maatschappelijke zetel.

 

HOOFDSTUK II. OVERTREDINGEN VAN DE EERSTE CATEGORIE VOLGENS KB VAN 1 DECEMBER 1975 HOUDENDE ALGEMEEN REGLEMENT OP DE POLITIE OP HET WEGVERKEER EN VAN HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG

 

artikel 5: Parkeren in erven en woonerven (art. 22 bis, 4°,a) KB 1/12/1975)

Binnen de woonerven en de erven, is het parkeren verboden, behalve:

      op de plaatsen die afgebakend zijn door wegmarkeringen of door een wegbedekking in een andere kleur en waar de letter "P" aangebracht is;

      op plaatsen waar een verkeersbord het toelaat.

 

artikel 6: Parkeren voetgangerszones (art. 22 sexies.2 KB 1/12/1975)

In voetgangerszones is het parkeren verboden.

 

artikel 7: Opstelling stilstaand of geparkeerd voertuig ten opzichte van de rijrichting (art. 23.1, 1° KB 1/12/1975)

Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld rechts ten opzichte van zijn rijrichting. Indien het een rijbaan is met éénrichtingsverkeer, mag het evenwel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden.

 

artikel 8: Stilstaan of parkeren op een berm (art. 23.1, 2° KB 1/12/1975)

Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:

      Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;

      Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;

      Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;

      Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de rijbaan opgesteld worden;

      Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:

      de zijdelingse strook

      de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.

      Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:

      de zijdelingse strook of

      de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.

 

artikel 9: Stilstaan of parkeren volledig of deel op de rijbaan (art. 23.2, lid 1, 1° tot 3° en 23.2 lid 2 KB 1/12/1975)

Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet geplaatst worden:

  1. zover mogelijk van de aslijn van de rijbaan;
  2. evenwijdig met de rand van de rijbaan, behoudens bijzondere plaatsaanleg;
  3. in één enkele file.

Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen evenwel haaks op de rand van de rijbaan parkeren voor zover zij daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden.

 

artikel 10: Opstelling fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen (art. 23.3 KB 1/12/1975)

Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op de plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in de artikelen 70.2.1, 3°, f en 77.5, tweede lid van voormeld koninklijk besluit.

De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.

 

artikel 11: Opstelling motorfietsen (art. 23.4 KB 1/12/1975)

Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.

 

artikel 12: Stilstaan en parkeren op plaatsen waar gevaar veroorzaakt kan worden of onnodige hinder zou veroorzaken (art. 24, eerste lid, 2°, 4° en 7° tot 11° KB 1/12/1975)

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

  1. op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
  2. op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
  3. in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
  4. op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering;
  5. op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
  6. op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
  7. op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.

 

artikel 13: Parkeren op specifieke plaatsen zoals omschreven in artikel 25.1, 1°, 2°, 3°, 5°, 8° tot 13° en 15° KB 1/12/1975

Het is verboden een voertuig te parkeren:

  1. op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;
  2. op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;
  3. voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;
  4. op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;
  5. buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;

B9

  1. op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;

E9a    E9b

  1. op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
  2. op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;
  3. op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;
  4. buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt;
  5. op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

 

artikel 14: Onjuiste aanduiding parkeerschijf (art. 27.1.3 KB 1/12/1975)

Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft.

 

artikel 15: Parkeren onrijvaardige motorvoertuigen en aanhangwagens (art. 27.5.1 KB 1/12/1975)

Het is verboden op de openbare weg motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en

aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te parkeren.

 

artikel 16: Parkeren auto’s, slepen en aanhangwagens met een MTM van meer dan 7,5 ton (art. 27.5.2 KB 1/12/1975)

Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto's, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht.

E9a    E9c    E9d

 

artikel 17: Parkeren reclamevoertuigen (art. 27.5.3 KB 1/12/1975)

Het is verboden op de openbare weg reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te parkeren.

 

artikel 18: Gebruik gehandicaptenkaart (art. 27bis KB 1/12/1975)

Het niet hebben aangebracht van de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of het door artikel 27.4.1 van hetzelfde besluit hiermee gelijkgesteld document op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op een voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap geparkeerde voertuig.

 

artikel 19: Verkeersborden betreffende het stilstaan en parkeren (art. 70.2.1 KB 1/12/1975)

Verkeersborden E1, E3, E5, E7 en van type E9 betreffende het stilstaan en het parkeren niet in acht nemen.

 

E1  E3  E5  E7

  E9a   E9b E9c E9d

 

 

artikel 20: Verkeersbord halfmaandelijks parkeren (art. 70.3 KB 1/12/1975)

Het verkeersbord E11 niet in acht nemen.

 

E11

 

artikel 21: Stilstaan en parkeren op verkeersgeleiders en verdrijvingsvakken (art. 77.4 KB 1/12/1975)

Het stilstaan of parkeren is verboden op markeringen van verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken.

 

artikel 22: Niet respecteren witte markeringen (art. 77.5, eerste lid KB 1/12/1975)

Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

 

artikel 23: Stilstaan en parkeren op dambordmarkeringen (art. 77.8 KB 1/12/1975)

Het stilstaan of parkeren is verboden op de dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten die op de grond zijn aangebracht.

 

artikel 24: Verboden toegang, in beide richtingen, voor iedere bestuurder (art. 68.3 KB 1/12/1975)

Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3.

C3

 

artikel 25: Verkeer in voetgangerszones (art. 71 KB 1/12/1975)

Het niet in acht nemen van het verkeersbord F103.

 

F103

 

artikel 26: Verkeer in fietszones (art. 71.2 KB 1/12/1975)

Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.

 

  F111

 

HOOFDSTUK III. OVERTREDINGEN VAN DE TWEEDE CATEGORIE VOLGENS KB VAN 1 DECEMBER 1975 HOUDENDE ALGEMEEN REGLEMENT OP DE POLITIE OP HET WEGVERKEER EN VAN HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG

 

artikel 27: Stilstaan en parkeren op autowegen (art. 22.2 en art. 21.4, 4° KB 1/12/1975)

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op autowegen, behalve op de parkeerstroken, aangewezen door het verkeersbord E9a.

 

E9a

 

artikel 28: Stilstaan en parkeren op specifieke plaatsen zoals omschreven in artikel 24, lid1, 1°, 2°, 4° tot en met 6° KB 1/12/1975

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

  1. op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering;
  2. op de fietspaden en op minder dan 3 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
  3. op de oversteekplaatsen voor voetgangers, op de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen en op de rijbaan op minder dan 3 meter voor deze oversteekplaatsen;
  4. op de rijbaan in de onderbruggingen, in de tunnels en behoudens plaatselijke reglementering onder de bruggen;
  5. op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is.

 

artikel 29: Parkeren op specifieke plaatsen zoals omschreven in artikel 25.1, 4°, 6°, 7° KB 1/12/1975

Het is verboden een voertuig te parkeren:

  1. op de plaatsen waar de voetgangers en de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen op de rijbaan moeten komen om omheen een hindernis te gaan of te rijden;
  2. op de plaatsen waar de doorgang van spoorvoertuigen zou belemmerd worden;
  3. wanneer de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter breed zou worden.

 

artikel 30: Parkeren op voorbehouden parkeerplaatsen voor personen met een handicap (art. 25.1, 14° KB 1/12/1975)

Het is verboden een voertuig te parkeren op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3° c van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

 

HOOFDSTUK IV. VERMOEDEN M.B.T. DE BESTUURDER VAN HET VOERTUIG

 

artikel 31: Vermoeden bij afwezigheid bestuurder

§1. Voor de inbreuken op de in deze politieverordening opgenomen bepalingen wordt bij afwezigheid van de bestuurder vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig.

§2. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten.

In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.

 

HOOFDSTUK V. SANCTIONERING

 

artikel 32: Overtredingen van de eerste categorie

Inbreuken op de artikelen uit Hoofdstuk II van deze politieverordening worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2 §1 van het Koninklijk Besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

artikel 33: Overtredingen van de tweede categorie

Inbreuken op de artikelen uit Hoofdstuk III van deze politieverordening worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2 §2 van het Koninklijk Besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

artikel 34: Overtreding artikel 31

Het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 31 §2, 2de zin, wordt bestraft met een administratieve geldboete zoals bepaald in de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

HOOFDSTUK VI. PROCEDURE

 

artikel 35: Wetgeving

Het opleggen en innen van de administratieve geldboete verloopt volgens de bepalingen van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

artikel 36: Kennisgeving

De sanctionerende ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de vaststelling van de inbreuk, bij gewone zending, aan de overtreder de gegevens mee met betrekking tot de vastgestelde feiten en de begane inbreuk, alsook het bedrag van de administratieve geldboete.

 

artikel 37: Betaling

De administratieve boete wordt betaald door de overtreder binnen de dertig dagen na de kennisgeving ervan, tenzij de overtreder binnen deze termijn zijn verweermiddelen bij gewone zending laat geworden aan de sanctionerend ambtenaar.

 

artikel 38: Verweer

De overtreder kan binnen dertig dagen na de kennisgeving van de administratieve geldboete op zijn verzoek worden gehoord wanneer het bedrag van de administratieve geldboete hoger ligt dan 70 euro.

 

artikel 39: Beslissing

§1. Indien de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen gegrond verklaart, dan brengt hij hiervan de overtreder op de hoogte.

§2. Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan op een met redenen omklede wijze bij gewone zending op de hoogte met verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een nieuwe termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald.

§3. De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt binnen een termijn van zes maanden genomen en ter kennis gebracht van de betrokkenen. Deze termijn van zes maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten.

 

artikel 40: Herinnering

Wordt de administratieve geldboete niet betaald binnen de eerste termijn van dertig dagen, dan wordt, behoudens in geval van verweermiddelen, een herinnering verstuurd bij gewone zending met uitnodiging tot betaling binnen een nieuwe termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van die herinnering.

 

artikel 41: Uitvoerbare kracht administratieve geldboete

De beslissing van de sanctionerend ambtenaar om een boete op te leggen, kan gedwongen worden uitgevoerd indien de boete niet werd betaald binnen de termijn van dertig dagen na de herinnering zoals bepaald in artikel 39 van deze verordening, tenzij de overtreder binnen deze termijn een beroep instelt bij de Politierechtbank.

 

artikel 42: Beroepsprocedure

§1. De overtreder kan in geval van een administratieve geldboete een beroep instellen bij geschreven verzoekschrift bij de politierechtbank, volgens de burgerlijke procedure, binnen een maand na kennisgeving van de beslissing.

§2. De politierechtbank beslist in het kader van een tegensprekelijk en openbaar debat, over het beroep ingesteld tegen de administratieve geldboete.

§3. De politierechtbank oordeelt over de wettelijkheid van de opgelegde geldboete en kan de beslissing van de sanctionerend ambtenaar ofwel bevestigen ofwel herzien.

§4. De beslissing van de politierechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep.

 

artikel 43: Verjaring

De administratieve geldboete verjaart na vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop ze betaald moeten worden.

 

HOOFDSTUK VII. BEKENDMAKING

 

artikel 44:

Deze politieverordening wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur.

 

HOOFDSTUK VIII. INWERKINGTREDING

 

artikel 45:

Deze politieverordening vervangt de politieverordeningen betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, zoals vastgesteld ingevolge besluiten van de gemeenteraad van Riemst in zitting van 14 juni 2021, en treedt in werking op 13 april 2026.

 

artikel 46:

Dit besluit wordt bekendgemaakt conform de bepalingen van het DLB.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.