Vergadering bb van 18/09/2026.
Omgeving - Algemeen
BESLUIT TOT ONBEWOONBAARVERKLARING VAN DE WONING MET ADRES TRINELLESTRAAT 11 TE 3770 RIEMST OP BASIS VAN ART.135 VAN DE NIEUWE GEMEENTEWET
Aangenomen
ONTWERP-BESLUIT:
Aanleiding, feiten, context
Op 17 september 2026 voerde Frouwke Bormans, erkend woningcontroleur van Stebo en aangesteld in het kader van de IGSW Zuidoost-Limburg, in de woning een conformiteitsonderzoek uit en stelde een technisch verslag op.
Gelijktijdig voerde de brandweer van de Brandweerzone Oost-Limburg een onderzoek uit naar de stabiliteit en algemene veiligheid van het pand.
Ter plaatse stelde de brandweer vast dat de woning zodanige gebreken heeft zoals schade door waterinsijpeling, een onveilige gasinstallatie en een onveilige elektriciteitsinstallatie, dat bewoning niet meer mogelijk is.
Juridische gronden
De Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988
De Nieuwe Gemeentewet regelt de organisatie en de werking van de gemeenten. De Nieuwe Gemeentewet is grotendeels vervangen door gewestdecreten (Decreet over het Lokaal Bestuur). Een aantal bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet zijn echter nog van kracht.
Artikel 133 en 135 van de Nieuwe Gemeentewet verlenen aan de burgemeester juridische gronden om tussen te komen in het kader van de openbare orde, veiligheid en gezondheid.
Het Decreet over het Lokaal Bestuur (DLB) van 22 december 2017
Het DLB bevat alle organieke regels over de gemeenten, de OCMW’s en de intergemeentelijke samenwerkingen.
Argumenten
Uit de vaststellingen van de brandweer van de Brandweerzone Oost-Limburg wordt geconcludeerd dat er sprake is van een acuut veiligheids-, brandveiligheids- en gezondheidsrisico. De brandweer verklaart dat de woning zodanige gebreken heeft, zoals schade door waterinsijpeling, een onveilige gasinstallatie en een onveilige elektriciteitsinstallatie, dat bewoning niet meer mogelijk is.
Om bewoning terug mogelijk te maken zijn minstens herstel en herkeuring van de elektrische installatie, herstel en herkeuring van de gasinstallatie, herstellingen van de dakschade en nazicht en herkeuring van de verwarmingsketel noodzakelijk.
De brandweer heeft de burgemeester dan ook geadviseerd de woning al dan niet tijdelijk, doch onmiddellijk onbewoonbaar te verklaren.
Voornoemd verslag van de Brandweerzone Oost-Limburg ‘advies tot verklaring onbewoonbaarheid’ d.d. 17 september 2026 maakt integraal deel uit van dit besluit. De conclusies en de motieven waarop deze conclusies gefundeerd zijn, worden integraal bijgetreden en eigengemaakt.
Gelet op de cumulatie van ernstige veiligheids-, brandveiligheids- en gezondheidsrisico’s is de noodzaak dan ook bewezen om over te gaan tot het opleggen van maatregelen om het acuut gevaar voor de veiligheid en gezondheid van de bewoners van het gebouw in te perken.
Het acuut gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de bewoners kan weggenomen worden door het opleggen van een tijdelijk woonverbod om verdere bewoning van de woning te verhinderen.
De eigenaars, verhuurder en bewoners van de woning kunnen door de acute situatie niet gehoord worden alvorens maatregelen worden opgelegd. Eén van de volwassen bewoners werd evenwel onmiddellijk mondeling ingelicht over de bevindingen van de brandweer.
De overige volwassen bewoner kon niet onmiddellijk ingelicht worden aangezien zij niet ter plaatse werd aangetroffen. Volgens de aanwezige bewoner verblijft deze laatste niet meer in de woning.
De burgemeester is op grond van artikel 135 §2 van de Nieuwe Gemeentewet bevoegd om de nodige maatregelen te nemen en zelf uit te laten voeren, zonder dat de burgemeester en het gemeentebestuur enige burgerrechtelijke aansprakelijkheid zal erkennen en zonder enige nadelige erkentenis.
De bevoegdheid die de burgemeester op grond van artikel 135, §2 van de Nieuwe Gemeentewet heeft, is niet beperkt tot de externe openbare veiligheid en gezondheid in de zin van ‘op de openbare weg’. Deze bevoegdheid geldt overal waar de openbare veiligheid en gezondheid in gevaar kan komen, dus ook voor de bewoners van een gebouw.
BESLUIT:
artikel 1:
De zelfstandige woning met adres Trinellestraat 11 te 3770 Riemst en met als kadastrale omschrijving Riemst, 8ste afdeling, sectie B, nr.1382N wordt op datum van dit besluit en met onmiddellijke ingang onbewoonbaar verklaard.
artikel 2:
Met het oog op herstel en behoud van de openbare veiligheid en gezondheid en de veiligheid en gezondheid van de bewoners van de woning vermeld in artikel 1 wordt op datum van dit besluit en met onmiddellijke ingang een woonverbod opgelegd.
artikel 3:
De toegang tot het gebouw wordt verboden, behoudens voor hulpdiensten en erkende deskundigen in het kader van veiligheids-, sanerings- of herstelwerken.
artikel 4:
De woning vermeld in artikel 1 wordt op datum van dit besluit opgenomen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 3.19 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Dit heeft tot gevolg dat de houder van het zakelijk recht op de woning(en), behoudens vrijstelling of opschorting, jaarlijks een verhoogde Vlaamse heffing moet betalen. De eerste heffing is verschuldigd op datum van de eerste verjaardag van de inventarisatie.
Dit besluit geldt als registratieattest, waarmee de opname in de inventaris wordt bekendgemaakt.
artikel 5:
§1. De bewoner van de woning vermeld in artikel 1 kan, als deze voldoet aan de voorwaarden van inschrijving en toelating zoals bepaald in het Besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, voorrang krijgen bij de toewijzing van een sociale huurwoning. Teneinde dit verder te kunnen onderzoeken, neemt de bewoner best zo snel mogelijk contact op met de sociale woonmaatschappij “Wonen in Limburg", Hasseltsesteenweg 28 bus 1 te 3700 Tongeren.
§2. De bewoner van de woning vermeld in artikel 1 kan mogelijk in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de huurprijs als deze een conforme private huurwoning in huur neemt. Er zijn wel een aantal bijkomende voorwaarden waaraan hij/zij moet voldoen. Deze zijn beschreven in het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007. De bewoner kan de Vlaamse Infolijn 1700 contacteren voor meer informatie over deze voorwaarden en de te volgen procedure.
Opgelet: als de bewoner een sociale woning in eigendom van de woonmaatschappij in huur neemt, heeft hij geen recht op een tegemoetkoming in de huurprijs.
artikel 6:
§1.Dit besluit wordt opgeheven als de gebreken die een acuut veiligheids-, brandveiligheids- en gezondheidsrisico met zich meebrengen zijn verholpen en dit bevestigd wordt door een erkend deskundige ter zake. Deze gebreken zijn omschreven in het ‘advies tot verklaring onbewoonbaarheid’ van de Brandweerzone Oost-Limburg d.d. 17 september 2026.
De werken die nodig zijn om de woning opnieuw conform te maken, moeten worden uitgevoerd door de houder van het zakelijk recht. Van zodra de werken beëindigd zijn, meldt de houder van het zakelijk recht dit aan de burgemeester.
De houder van het zakelijk recht kan ook overgaan tot sloop of herbestemming van de woning, mits er rekening gehouden wordt met de stedenbouwkundige verplichtingen op dit vlak. Na uitvoering van de sloop of de herbestemming moet dit gemeld worden aan de burgemeester die na controle het besluit zal opheffen.
§2. De inventarisbeheerder schrapt de woning uit VIVOO als aan de inventarisbeheerder een geldig opheffingsbesluit wordt voorgelegd.
artikel 7:
§1. Tegen dit besluit kan een beroep tot schorsing en vernietiging worden ingesteld bij de Raad van State en dit binnen zestig dagen na kennisgeving.
§2. Elke belanghebbende kan klacht indienen bij de provinciegouverneur. Zodra de houder van het zakelijk recht aantoont dat hij een klacht heeft ingediend bij de provinciegouverneur, wordt de opname op de lijst, vermeld in artikel 4, geschorst en dit tot de klachtenprocedure volledig is afgerond.
Als de provinciegouverneur een definitief antwoord over de klacht heeft bezorgd, kan de houder van het zakelijk recht bij de minister bevoegd voor het Woonbeleid in beroep gaan tegen de opname op de lijst, vermeld in artikel 4. De houder van het zakelijk recht moet dan een beroepschrift indienen bij de minister en dit binnen dertig dagen na ontvangst van het antwoord van de provinciegouverneur.
artikel 8:
Dit besluit wordt bekendgemaakt conform de bepalingen van het DLB.