Vergadering GR - 8/12/2025

 

Aanwezig:

Mark Vos, Burgemeester

Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Schepenen

Jan Peumans, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Anita Beusen, Jan Noelmans, Peter Neven, Dirk Jacobs, Raadsleden

Anja Huls, Voorzitter

Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen, Gerd Mengels, Raadsleden

Liliane Nicolaes, Waarnemend algemeen directeur

 

Laat zich verontschuldigen: Danny Lemmens, Raadslid

 

 

Vanaf punt 13 verlaat Guy Kersten, schepen de zitting omwille van een belangenconflict.

 

Vanaf punt 14 vervoegt Guy Kersten, schepen de zitting.

 

Vanaf punt 20 verlaat Marie-Elise Smets, raadslid de zitting omwille van een belangenconflict.

 

Vanaf punt 21 vervoegt Marie-Elise Smets, raadslid de zitting.

 

Vanaf punt 25 verlaat Peter Neven, raadslid de zitting.

 

Vanaf punt 26 vervoegt Peter Neven, raadslid de zitting.

 

Vanaf punt 27 verlaat Jan Noelmans, raadslid de zitting.

 

Vanaf punt 28 vervoegt Jan Noelmans, raadslid de zitting.

 

Vanaf punt 31 verlaat Jan Peumans, raadslid de zitting.

 

Vanaf punt 36 vervoegt Jan Peumans, raadslid de zitting.

 

 

Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Financiën

VASTSTELLING  MEERJARENPLAN 2026-2031

 

Aanleiding, feiten, context

Het ontwerp van Meerjarenplan 2026-2031 wordt ter goedkeuring voorgelegd

 

Juridische gronden

Decreet Lokaal Bestuur, oa art 41ev; art 257 ev

BVR BBC dd 30.3.2018, oa art 14, 15 en 16.

MB BBC 26/6/2018

 

Adviezen

Gunstig geadviseerd door CBS en MAT

 

BESLUIT:

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 stemmen tegen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Aankoop

GOEDKEURING LASTVOORWAARDEN, RAMING EN GUNNINGSWIJZE LEVERING EN PLAATSING SPEELTOESTELLEN OP HET SPORT- EN SPEELPLEIN IN HERDEREN (SINT-JANSSTRAAT)

 

Aanleiding, feiten, context

De dienst Welzijn en Vrije Tijd wenst een overheidsopdracht op te starten voor de levering en plaatsing speeltoestellen op het sport- en speelplein in Herderen (Sint-Jansstraat).

Het bestek met kenmerk NS/1446/2025 wordt voor goedkeuring voorgelegd.

De opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

De raming voor deze opdracht bedraagt € 70.247,93 excl. btw of € 85.000,00 incl. 21% btw.

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2025 op budgetcode MJP000408, GEM23000000/0750, AC000108.

De financiering gebeurt met eigen middelen.

 

Juridische gronden

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Adviezen

Het aankoopadvies van de dienst Veiligheid en Preventie is toegevoegd in bijlage.

 

Financiële weerslag

De raming voor deze opdracht bedraagt € 70.247,93 excl. btw of € 85.000,00 incl. 21% btw.

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2025 op budgetcode MJP000408, GEM23000000/0750, AC000108.

De financiering gebeurt met eigen middelen.

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Aankoop

GOEDKEURING LASTVOORWAARDEN, RAMING, GUNNINGSWIJZE EN PUBLICATIE AANKOOP NIEUWE BORSTELWAGEN EN OVERNAME HUIDIGE BORSTELWAGEN

 

Aanleiding, feiten, context

De technische dienst wenst een overheidsopdracht op te starten voor de aankoop van een nieuwe borstelwagen en de overname van onze huidige borstelwagen.

Het bestek met kenmerk NS/1437/2025 wordt voor goedkeuring voorgelegd.

De opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

De aankondiging van de opdracht wordt gepubliceerd op nationaal en Europees niveau op 9 december 2025.

De offertes moeten het bestuur ten laatste bereiken op 12 januari 2026 om 11u.

De raming voor de nieuwe borstelwagen bedraagt € 223.140,50 excl. btw of € 270.000,00 incl. 21% btw.

De raming voor de overname van de huidige borstelwagen bedraagt € 6.000,00.

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2026 op budgetcode MJP001048, GEM24200300/0119, AC000523.

De inkomsten van de huidige borstelwagen komen op budgetcode MJP001805, GEM23000000/0119, AC000000.

De financiering gebeurt met eigen middelen.

 

Juridische gronden

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Financiële weerslag

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2026 op budgetcode MJP001048, GEM24200300/0119, AC000523.

De inkomsten van de huidige borstelwagen komen op budgetcode MJP001805, GEM23000000/0119, AC000000.

De financiering gebeurt met eigen middelen.

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Bevolking

RETRIBUTIEREGLEMENT ADMINISTRATIEVE STUKKEN 2026-2031

 

Aanleiding, feiten, context

Overeenkomstig het ministerieel besluit van 15 maart 2013 worden de tarieven voor de elektronische identiteitskaarten-en documenten jaarlijks automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex. De vergoeding die de FOD Binnenlandse zaken aanrekent wordt doorgerekend aan de burger, verhoogd met een aandeel voor de gemeente. De marge voor de gemeente is bedoeld als bijdrage voor de administratieve handelingen verbonden aan het afleveren van deze documenten. Jaarlijks worden de tarieven goedgekeurd door de gemeenteraad. De afgelopen jaren werden de tarieven voor de burgers behouden, het gemeentelijk aandeel verlaagde hierdoor.

We stellen voor om een retributiereglement op te maken voor de legislatuur 2026-2031. De tarieven zijn dan transparanter en de administratieve last wordt verlaagd.

 

Het college van burgemeester en schepenen vraagt de gemeenteraad akkoord te gaan met het bijgevoegd retributiereglement op de afgifte van administratieve documenten en levering van administratieve diensten burgerzaken voor 2026-2031

 

In bijlage

- voorstel retributiereglement

- excel voorstel retributiereglement

- vergelijking tarieven afgelopen jaren

- gemeenteraadsbesluit 18 november 2024 over retributiereglement administratieve stukken 2025

 

Juridische gronden

Decreet lokaal bestuur, artikel 56

Regelt de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

Het ministerieel besluit van 15 maart 2013 en latere wijzigingen

Dit ministerieel besluit legt de tarieven vast die van toepassing zijn voor de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de verschillende categorieën van elektronische identiteitskaarten en - documenten die in het besluit worden opgesomd.

Gemeenteraadsbeslissing van 18/11/2024

Hierin zijn de tarieven opgenomen die aan het loket van de dienst bevolking worden geïnd.

 

Adviezen

De dienst burgerzaken stel voor om:

        een vast bedrag voor retributie vast te leggen

        de totale prijs (= de kostprijs door te storten aan de hogere overheid volgens de geldende tarieven + het bedrag van de gemeentelijke retributie) af te ronden op het dichtsbijzijnde getal met andere woorden getal van kleiner dan 5 achter de komma wordt afgerond naar beneden en een getal gelijk of groter dan 5 achter de komma wordt afgerond naar boven.

        op de identiteitskaarten voor -12 jarigen geen retributie te heffen in het kader van ons label voor kindvriendelijk gemeente. Dit enkel voor identiteitsdocumenten afgeleverd met de gewone procedure.

        het tarief voor de huwelijken te verhogen in vergelijking met de omliggende gemeente

        een gemeenteretributie vast te leggen voor het afsluiten en beëindigen van een wettelijke samenwoning

 

De financiële dienst geeft een positief advies.

 

Argumenten

        het afleveren van allerlei administratieve stukken en het leveren van diverse administratieve diensten brengt voor de gemeente zware lasten mee en daarom is het aangewezen hiervoor een gematigde belasting in te vorderen.

        administratieve vereenvoudiging door het tarief vast te leggen voor 2026-2031.

        de gemeenteretributie is transparanter door te werken met een vast bedrag.

        als kindvriendelijke gemeente heffen we geen retributie op de identiteitsdocumenten voor -12 jarigen afgeleverd met gewone procedure.

        vanaf leeftijd van 12 jaar worden er oproepingsbrieven verzonden. De portkost bedraagt €2,21 per brief, er wordt minstens 1 brief per inwoner verzonden.

        het tarief voor huwelijken in Riemst ligt lager dan de tarieven in de omliggende gemeentes

        het aantal onderzoeken van schijnwettelijke samenwoonst en schijnhuwelijk zijn in stijgende lijn. Tijdens de onderzoeken worden minstens 6 aangetekende zendingen verzonden.

        de tarieven voor de niet-Belgen werden afgestemd op de tarieven van de omliggende gemeentes

        het tarief voor de voornaamswijziging ligt hoger dan de tarieven in de omliggende gemeentes.

 

BESLUIT:

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 stemmen tegen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Bevolking

ALGEMEEN REGLEMENT BEGRAAFPLAATSEN VANAF 1 JANUARI 2026

 

Aanleiding, feiten, context

Het algemeen reglement op de begraafplaatsen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 4 juli 2022, loopt af op 31 december 2025. In het kader van de actualisering werden een aantal inhoudelijke wijzigingen en aanvullingen doorgevoerd, die hieronder worden toegelicht.

 

Wijzigingen en aanvullingen

        Toevoeging parkbegraafplaats Riemst

De nieuwe parkbegraafplaats werd opgenomen in het reglement.

Specifieke bepalingen omtrent de toegestane afmetingen van grafstenen zijn toegevoegd.

        Gezelschapsdieren

Het is voortaan toegestaan om de as van een reeds overleden gezelschapsdier gelijktijdig met de  begunstigde te begraven in een geconcedeerd graf, columbarium of urnenkelder.

        Voortijdige concessiebeëindiging

 Vanaf 1 januari 2026 is er een pro-rata terugbetaling van de nog niet aangevangen volle jaren bij een                              voortijdige concessiebeëindiging.

 Bij een ongebruikte concessie is er geen bekendmaking aan de ingang van de begraafplaats en aan het                             betrokken graf.

        Digitale overlijdensaangifte via eLys

Vanaf 1 januari 2026 verloopt de aangifte van overlijden in Vlaamse gemeenten digitaal via het platform eLys.

        Lijkbezorging van behoeftigen

De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor de lijkbezorging van personen waarvoor niemand anders bereid is dit te doen.

Bij gebrek aan een laatste wilsbeschikking wordt crematie en asverstrooiing op de gemeentelijke begraafplaats voorzien, zonder dat toestemming van nabestaanden vereist is.

        Herdenkingsplaatjes bij asverstrooiing

Bij asverstrooiing op de strooiweide kunnen herdenkingsplaatjes worden aangekocht aan €50.Het herdenkingsplaatje is gratis voor minderjarigen. Dit was tot op heden kosteloos.

        Honden op begraafplaatsen

Het verbod om vergezeld te zijn van honden op de begraafplaatsen werd geschrapt.

 

Het college van burgemeester en schepenen vraagt de gemeenteraad akkoord te gaan met het bijgevoegd algemeen reglement op de begraafplaatsen.

 

Juridische gronden

        decreet Lokaal Bestuur;

        decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging en latere wijzigingen

        omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten;

        besluit van 14 mei 2004 van de Vlaamse Regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria en latere wijzigingen;

        gemeenteraadsbesluit van 04/07/2022 over het algemeen reglement op de begraafplaatsen

 

Adviezen

Het voorstel werd in overleg met de technische dienst en het Sociaal Huis opgesteld.

 

Argumenten

/

Financiële weerslag

/

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Bevolking

RETRIBUTIEREGLEMENT OP DE BEGRAAFPLAATSEN VANAF 1 JANUARI 2026

 

Aanleiding, feiten, context

Het retributiereglement op de begraafplaatsen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 4 juli 2022, loopt af op 31 december 2025. In het kader van de actualisering werden een aantal inhoudelijke wijzigingen en aanvullingen doorgevoerd.

 

        ontruiming en ontgraving

Indien de ontruiming of ontgraving het gevolg is van een bestuurlijke beslissing worden de kosten gedragen door het gemeentebestuur.

        Herdenkingsplaatjes bij asverstrooiing

Voor iedere overleden die uitgestrooid wordt op een strooiweide wordt een herdenkingsplaatje ter beschikking gesteld aan de prijs van € 50,00. Het herdenkingsplaatje is gratis voor minderjarigen.  Dit was tot op heden kosteloos.

 

Het college van burgemeester en schepenen vraagt de gemeenteraad akkoord te gaan met het bijgevoegde

retributiereglement op de begraafplaatsen.

 

 

Juridische gronden

        decreet Lokaal Bestuur;

        decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging en latere wijzigingen

        omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten;

        besluit van 14 mei 2004 van de Vlaamse Regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria en latere wijzigingen;

        gemeenteraadsbesluit van 04/07/2022 over het retributiereglement op de begraafplaatsen

 

Adviezen

/

Argumenten

In het kader van onze label voor kindvriendelijke gemeente stellen we voor minderjarigen de herdenkingsplaatjes bij asverstrooiing gratis aan te bieden.

 

Financiële weerslag

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Bevolking

POLITIEREGLEMENT BEGRAAFPLAATSEN VANAF 1 JANUARI 2026

 

Aanleiding, feiten, context

Het politiereglement op de begraafplaatsen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 13 december 2021,wordt geactualiseerd.

 

Wijzigingen en aanvullingen

        Toevoeging parkbegraafplaats Riemst

De nieuwe parkbegraafplaats werd opgenomen in het reglement.

Specifieke bepalingen omtrent de toegestane afmetingen van grafstenen zijn toegevoegd.

 

        Gezelschapsdieren

Het is voortaan toegestaan om de as van een reeds overleden gezelschapsdier gelijktijdig met de  begunstigde te begraven in een geconcedeerd graf, columbarium of urnenkelder.

 

        Honden op begraafplaatsen

Het verbod om vergezeld te zijn van honden op de begraafplaatsen werd geschrapt.

 

Het college van burgemeester en schepenen vraagt de gemeenteraad akkoord te gaan met het bijgevoegd

politiereglement op de begraafplaatsen.

 

Juridische gronden

        decreet Lokaal Bestuur;

        decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging en latere wijzigingen

        omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten;

        besluit van 14 mei 2004 van de Vlaamse Regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria en latere wijzigingen;

        gemeenteraadsbesluit van 13/12/2021 over het politiereglement op de begraafplaatsen

 

Adviezen

/

Argumenten

/

Financiële weerslag

/

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Omgeving - Algemeen

RETRIBUTIEREGLEMENT AANVRAGEN VAN VERGUNNINGEN, MELDINGEN EN ATTESTEN, AFGIFTE ADMINISTRATIEVE STUKKEN EN ANDERE KOSTEN

 

Aanleiding, feiten, context

Het huidig retributiereglement vervalt op 31 december 2025. Het reglement dient niet enkel hernieuwd te worden, maar wordt ook uitgebreid met een retributie voor een aantal administratieve procedures die nog niet in het huidige reglement vervat zitten.

 

Argumenten

De behandeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen, meldingen, attesten en de afgifte van administratieve stukken brengt voor de gemeente een reële administratieve kost met zich mee. Het gaat onder meer om het registreren en analyseren van dossiers, het organiseren van inspraakmomenten, het opvragen en verwerken van adviezen en het voorbereiden van beslissingen.

Om deze kosten op een transparante en billijke manier te kunnen verhalen op de aanvragers wordt een retributie ingevoerd. De voorgestelde tarieven weerspiegelen de werkelijke inzet van tijd en middelen, zonder de toegang tot de procedure te bemoeilijken.

Met dit retributiereglement worden de toepassingsregels, bedragen en voorwaarden duidelijk vastgelegd, zodat zowel de aanvrager als het bestuur over rechtszekerheid beschikt.

 

Deze retributie draagt bij tot een evenwichtige financiering van het gemeentelijk beheer.

 

Juridische gronden

De Grondwet, art. 170 en 173

 

Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen

 

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 1 september 2009 en latere wijzigingen

 

De Vlaamse Codex Wonen

 

Het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 en latere wijzigingen

 

Het Decreet van 25 april 2014 en latere wijzigingen betreffende de omgevingsvergunning

 

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen

 

Het Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid van 5 juli 2016 en latere wijzigingen

 

Het Decreet van 21 oktober 1997 en latere wijzigingen betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;

 

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998 en latere wijzigingen tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;

 

De politieverordening houdende bepaling van de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) van
10 februari 2020

 

Het Decreet houdende gemeentewegen van 3 mei 2019 en latere wijzigingen

 

Het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, zoals gewijzigd

 

BESLUIT:

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 stemmen tegen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kerkfabrieken

BUDGET 2026 KERKBESTUUR GENOELSELDEREN - AKTENEMING

 

Aanleiding, feiten, context

Het budget 2026 van het kerkbestuur van Genoelselderen wordt ter akteneming voorgelegd.

Het budget kadert in het meerjarenplan.

De gemeentelijke toelage bedraagt 33.889,62 euro.

Er worden geen investeringen voorzien.

 

Juridische gronden

Het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkbesturen;

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012;

Het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de kerkbesturen en de daarop volgende wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur;

 

Adviezen

Met betrekking tot het ingediende budget 2026 van het kerkbestuur Genoelselderen.

Door feit dat de exploitatie- en investeringstoelage niet verhoogt tov het voorziene bedrag in het meerjarenplan, adviseert de administratie en het college van burgemeester en schepenen om in te stemmen met de ingediende begroting via akteneming.

 

BESLUIT:

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 onthoudingen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kerkfabrieken

BUDGET 2026 KERKBESTUUR HERDEREN - AKTENEMING

 

Aanleiding, feiten, context

Het budget 2026 van het kerkbestuur van Herderen wordt ter akteneming voorgelegd.

Het budget kadert in het meerjarenplan.

De gemeentelijke toelage bedraagt 7.130,94 euro

Er worden investeringen voorzien ten bedrage van 15.000,00 euro voor de herstelling van het dak.

Dit werd reeds opgenomen in het budget van 2025 maar de werken werden nog niet uitgevoerd.

 

Juridische gronden

Het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkbesturen;

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012;

Het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de kerkbesturen en de daarop volgende wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur;

 

Adviezen

Met betrekking tot het ingediende budget 2026 door het kerkbestuur Herderen.

Door het feit dat de exploitatie- en investeringstoelage niet verhoogt tov het voorziene bedrag in het meerjarenplan, adviseert de administratie en het college van burgemeester en schepenen om in te stemmen met de ingediende begroting via akteneming.

 

BESLUIT:

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 onthoudingen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kerkfabrieken

BUDGET 2026 KERKBESTUUR KANNE - AKTENEMING

 

Aanleiding, feiten, context

Het budget 2026 van het kerkbestuur van Kanne wordt ter akteneming voorgelegd.

Het budget kadert in het meerjarenplan.

De gemeentelijke toelage bedraagt 29.293,23 euro.

Het kerkbestuur voorziet volgende investeringen ten bedrage van 15.000,00 euro:

- restauratie van de kerkdeur (5.000,00 euro)

- aankoop van stoelen met het oog op nevenbestemming (10.000,00 euro)

 

Juridische gronden

Het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkbesturen;

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012;

Het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de kerkbesturen en de daarop volgende wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur;

 

Adviezen

Met betrekking tot het ingediende budget 2026 van het kerkbestuur Kanne.

Door het feit dat de exploitatie- en investeringstoelage niet verhoogt tov het voorziene bedrag in het meerjarenplan, adviseert de administratie en het college van burgemeester en schepenen om in te stemmen met de ingediende begroting via akteneming.

 

BESLUIT:

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 onthoudingen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kerkfabrieken

BUDGET 2026 KERKBESTUUR MILLEN - AKTENEMING

 

Aanleiding, feiten, context

Het budget 2026 van het kerkbestuur van Millen wordt ter akteneming voorgelegd.

Het budget kadert in het meerjarenplan.

De gemeentelijke toelage bedraagt 14.420,79 €

 

Het kerkbestuur voorziet volgende investeringen:

- Herstelling dak (30.000,00 euro) - navraag om via garantie van niet goed uitgevoerde werken een bedrag terug te vorderen.

- Voegwerken steunbeuken (1.500,00 euro)

- Branddeur chauffagekelder (2.000,00 euro)

- Vervangen brandblussers (1.500,00 euro)

 

 Juridische gronden

Het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkbesturen;

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012;

Het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de kerkbesturen en de daarop volgende wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur;

 

Adviezen

Met betrekking tot het ingediende budget 2026 van het kerkbestuur Millen.

Door het feit dat de exploitatie- en investeringstoelage niet verhoogt tov het voorziene bedrag in het meerjarenplan, adviseert de administratie en het college van burgemeester en schepenen om in te stemmen met de ingediende begroting via akteneming.

 

BESLUIT:

20 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 onthoudingen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kerkfabrieken

BUDGET 2026 KERKBESTUUR MEMBRUGGEN - GOEDKEURING

 

Aanleiding, feiten, context

Het budget 2026 van het kerkbestuur Membruggen wordt ter goedkeuring voorgelegd.

De gemeentelijke exploitatietoelage vermeld in het budget (15.147,06 euro) wijkt af van dit vermeld in het meerjarenplan 2026-2031 (15.066,23 euro). Een wijziging meerjarenplan dient te gebeuren.

 

Het kerkbestuur voorziet in hun budget volgende investering:

Herstelling van de kerkhofmuur ten bedrage van 55.000,00 euro.

Indien deze investering zich opdringt dient dit eerst te worden bekeken door het gemeentebestuur Riemst, zoals beslist op het CBS van 25/06/2025.

 

Juridische gronden

Het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkbesturen;

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012;

Het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de kerkbesturen en de daarop volgende wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur;

 

Adviezen

Met betrekking tot het ingediende budget 2026 door het kerkbestuur Membruggen.

Door het feit dat de exploitatietoelage verhoogt tov het voorziene bedrag in het meerjarenplan

adviseert de administratie en het college van burgemeester en schepenen om in te stemmen met de ingediende begroting via goedkeuring onder voorbehoud van een wijziging meerjarenplan 2026-2031.

 

BESLUIT:

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 onthoudingen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kerkfabrieken

BUDGET 2026 KERKBESTUUR RIEMST - AKTENEMING

 

Aanleiding, feiten, context

Het budget 2026 van het kerkbestuur van Riemst wordt ter akteneming voorgelegd.

Het budget kadert in het meerjarenplan.

De gemeentelijke toelage bedraagt 48.872,55 €

Er worden geen investeringen voorzien.

 

Juridische gronden

Het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkbesturen;

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012;

Het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de kerkbesturen en de daarop volgende wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur;

 

Adviezen

Met betrekking tot het ingediende budget van het kerkbestuur Riemst voor het jaar 2026.

Door het feit dat de exploitatie- en investeringstoelage niet verhoogt tov het voorziene bedrag in het meerjarenplan, adviseert de administratie en het college van burgemeester en schepenen om in te stemmen met de ingediende begroting via akteneming.

 

BESLUIT:

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 onthoudingen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kerkfabrieken

BUDGET 2026 KERKBESTUUR VAL-MEER - GOEDKEURING

 

Aanleiding, feiten, context

Het budget 2026 van het kerkbestuur van Val-Meer wordt ter goedkeuring voorgelegd.

De gemeentelijke toelage bedraagt 17.449,18 euro. Dit bedrag wijkt af, maar past binnen het meerjarenplan 2026-2031 (17.674,18 euro). Een wijziging meerjarenplan dient te gebeuren.

 

 

Volgende investeringen zijn voorzien:

- Op basis van het rapport van monumentenwacht zijn er dringende instandhoudingswerken en veiligheidsaanpassingen nodig (36.276,41 euro)

Deze investeringen werden niet voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, maar zijn wel opgenomen in het budget 2026. Een wijziging meerjarenplan dient te gebeuren.

 

Juridische gronden

Het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkbesturen;

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012;

Het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de kerkbesturen en de daarop volgende wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur;

 

Adviezen

Met betrekking tot het ingediende budget 2026 door het kerkbestuur van Val-Meer.

Door het feit dat er investeringen zijn voorzien in het budget, maar niet in het meerjarenplan, adviseert de administratie en het college van burgemeester en schepenen om in te stemmen met de ingediende begroting via goedkeuring onder voorbehoud van een wijziging meerjarenplan 2026-2031

 

BESLUIT:

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 onthoudingen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kerkfabrieken

BUDGET 2026 KERKBESTUUR VLIJTINGEN - AKTENEMING

 

Aanleiding, feiten, context

Het budget 2026 van het kerkbestuur van Vlijtingen wordt ter akteneming voorgelegd.

Het budget kadert in het meerjarenplan.

De gemeentelijke toelage bedraagt 58.239,59 €

Er worden geen investeringen voorzien.

 

Juridische gronden

Het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkbesturen;

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012;

Het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de kerkbesturen en de daarop volgende wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur;

 

Adviezen

Met betrekking tot het ingediende budget van het kerkbestuur Vlijtingen voor het jaar 2026;

Door het feit dat de exploitatie- en investeringstoelage niet verhoogt tov het voorziene bedrag in het meerjarenplan, adviseert de administratie en het college van burgemeester en schepenen om in te stemmen met de ingediende begroting via akteneming.

 

BESLUIT:

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 onthoudingen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kerkfabrieken

BUDGET 2026 KERKBESTUUR VROENHOVEN - AKTENEMING

 

Aanleiding, feiten, context

Het budget 2026 van het kerkbestuur van Vroenhoven wordt ter akteneming voorgelegd.

Het budget kadert in het meerjarenplan.

De gemeentelijke toelage bedraagt 19.240,69 euro.

Er worden geen investeringen voorzien.

 

Juridische gronden

Het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkbesturen;

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012;

Het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de kerkbesturen en de daarop volgende wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur;

 

Adviezen

Met betrekking tot het ingediende budget 2026 van het kerkbestuur Vroenhoven.

Door het feit dat de exploitatie- en investeringstoelage niet verhoogt tov het voorziene bedrag in het meerjarenplan, adviseert de administratie en het college van burgemeester en schepenen om in te stemmen met de ingediende begroting via akteneming.

 

BESLUIT:

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 onthoudingen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kerkfabrieken

BUDGET 2026 KERKBESTUUR ZICHEN-BOLDER - AKTENEMING

 

Aanleiding, feiten, context

Het budget 2026 van het kerkbestuur van Zichen-Bolder wordt ter akteneming voorgelegd.

Het budget kadert in het meerjarenplan.

De gemeentelijke toelage bedraagt 50.841,61 euro.

 

Het kerkbestuur voorziet volgende investeringen:

- Herstellingswerken muur in tuin van de pastorie (raming 30.000,00 euro)

- Werken restauratie van de ramen en deuren van de pastorij (raming 30.000,00 euro)

Investeringstoelage gemeente Riemst wordt in hun budget op 18.000,00 euro geraamd. Er zijn voor beide werken subsidies erfgoed ten belope van 60% van toepassing.

 

Juridische gronden

Het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkbesturen;

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012;

Het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de kerkbesturen en de daarop volgende wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur;

 

Adviezen

Met betrekking tot het ingediende budget 2026 van het kerkbestuur Zichen-Bolder.

Gelet op het feit dat de exploitatie- en investeringstoelage niet verhoogt tov het voorziene bedrag in het meerjarenplan, adviseert de administratie en het college van burgemeester en schepenen om in te stemmen met de ingediende begroting via akteneming.

 

BESLUIT:

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 onthoudingen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kerkfabrieken

BUDGET 2026 KERKBESTUUR ZUSSEN - AKTENEMING

 

Aanleiding, feiten, context

Het budget 2026 van het kerkbestuur van Zussen wordt ter akteneming voorgelegd.

Het budget kadert in het meerjarenplan.

De gemeentelijke toelage bedraagt 63.645,18 euro.

Het kerkbestuur voorziet volgende investeringen:

- Vervangen verwarmingsketel (50.000,00 euro) - toelage erfgoed wordt bekeken.

- Installatie bewakingscamera's (3.500,00 euro) met als doel de kerk open te stellen voor het publiek.

 

Juridische gronden

Het keizerlijk decreet van 30 december 1809 op de kerkbesturen;

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten; gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012;

Het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de kerkbesturen en de daarop volgende wijzigingen;

Het decreet lokaal bestuur;

 

Adviezen

Met betrekking tot het ingediende budget 2026 van het kerkbestuur Zussen.

Door feit dat de exploitatie- en investeringstoelage niet verhoogt tov het voorziene bedrag in het meerjarenplan, adviseert de administratie en het college van burgemeester en schepenen om in te stemmen met de ingediende begroting via akteneming.

 

BESLUIT:

20 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 onthoudingen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Financiën

GOEDKEURING GEMEENTEBELASTING VERHUUR KAMERS 2026 2031

 

Context

Het huidige belastingreglement op het verhuur van kamers voor tijdelijk verblijf in de gemeente van 8 april 2024 vervalt op 31 december 2025. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn die eindigt op 31 december 2031 wordt het reglement hernieuwd.

 

De volgende aanpassingen werden doorgevoerd:

        De ambtshalve inkohiering: verhoging met 20% in plaats van 50%;

        Mogelijkheid van elektronische communicatie overeenkomstig artikel 4, § 3, derde lid van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;

        Herdefiniëring van de belastingplichtige: dit werd gewijzigd in de zakelijk gerechtigde van het pand, in plaats van de eigenaar, uitbater en/of verhuurder van het pand.

 

Juridische gronden

        De grondwet, oa art 170, §4

        Decreet Lokaal Bestuur, oa art 2, 40 en 41;

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;

        Omzendbrief 2019/2 van 15 februari 2019;

        Invorderingswetboek van 13 april 2019 houdende de invorderingsregels;

        Decreet van 3 mei 2024 tot wijziging van het Decreet van 30 mei 2008.

 

Motivering

Overwegende dat het tijdelijk verblijf in de gemeente, vooral van studenten, lasten meebrengt als lawaaihinder, toenemend verkeer, administratief werk,... zonder dat daar voor de gemeente compenserende voordelen aan verbonden zijn. Een belasting op de verhuur voor verblijf in de gemeente is derhalve aangewezen;

Overwegende dat de gemeente de toeristische sector in de gemeente wenst te promoten en in het bijzonder het hoevetoerisme wil steunen. Daarom wordt het gepast geacht om het verblijf wegens toeristische of recreatieve redenen vrij te stellen van de belasting;

Overwegende dat het tijdelijk verhuren van woonentiteiten een extra druk legt op de woningmarkt.

 

Deze belasting draagt bij tot een evenwichtige financiering van het gemeentelijk beheer.

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Financiën

GOEDKEURING BELASTINGREGLEMENT OP SCHROOT EN VOERTUIGEN BUITEN GEBRUIK

 

Context

Het huidige belastingreglement op schroot en voertuigen buiten gebruik van 8 april 2024 vervalt op 31 december 2025. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn die eindigt op 31 december 2031 wordt het belastingreglement hernomen.

 

De volgende aanpassingen werden doorgevoerd:

        De ambtshalve inkohiering: verhoging met 20% in plaats van 50%;

        Mogelijkheid van elektronische communicatie overeenkomstig artikel 4, § 3, derde lid van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd.

 

Juridische gronden

        De grondwet, oa artikel 170, §4 ;

        Decreet Lokaal Bestuur, oa art 2, 40 en 41;

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;

        Omzendbrief 2019/2 van 15 februari 2019;

        Invorderingswetboek van 13 april 2019 houdende de invorderingsregels;

        Decreet van 3 mei 2024 tot wijziging van het Decreet van 30 mei 2008.

 

Motivatie

De opslagplaatsen voor schroot, autowrakken en voertuigen buiten gebruik zorgen voor visuele hinder, vervuiling en verhoogde veiligheidsrisico's. 
Voertuigwrakken moeten op een vloeistofdichte ondergrond staan voorzien van een lekdicht afwateringssysteem met een koolwaterstofafscheider en een slibvangput. Er kunnen vloeistoffen uit voertuigwrakken lekken die de bodem kunnen verontreinigen (aircokoelmiddel, remvloeistof, motor-, transmissie- en aandrijfolie, olie uit de stuurinrichting en –bekrachtiging, olie uit het differentieel en verdeeldrijfwerk, hydraulische olie, brandstof, koelvloeistof en ruitensproeiervloeistof). Bovendien kunnen in de wrakken kunnen ook nog gevaarlijke onderdelen zitten (motoroliefilter, gastank, loodstartbatterij en katalysator).

 

Deze belasting draagt bij tot een evenwichtige financiering van het gemeentelijk beheer.

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Financiën

GOEDKEURING BELASTINGREGLEMENT OP PRIVÉWATERAFVOER

 

Aanleiding, feinten, context

Het huidige belastingreglement inzake het handhavingsbeleid privéwaterafvoer van 13 september 2021 vervalt op 31 december 2025. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn die eindigt op 31 december 2031 wordt het belastingreglement hernomen.

 

De volgende aanpassingen werden doorgevoerd:

        De vervaldag voor het indienen van een vrijstelling wordt verschoven naar het einde van de termijn om zich in regel te stellen (zie art 8 en 3)

        Mogelijkheid van elektronische communicatie overeenkomstig artikel 4, § 3, derde lid van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
 

 

 

Juridische gronden

        De grondwet, oa art 170, §4

        Decreet Lokaal Bestuur, oa art 2, 40 en 41;

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de

        geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;

        Omzendbrief 2019/2 van 15 februari 2019;

        Invorderingswetboek van 13 april 2019 houdende de invorderingsregels;

        Decreet van 3 mei 2024 tot wijziging van het Decreet van 30 mei 2008.

        De Europese Kaderrichtlijn Water van 22 december 2000 welke tot doel stelt om de watervoorraden, de waterbeheersing en de kwaliteit van de leefomgeving veilig te stellen (2000/60/EG);

        Wet van 26 maart 1971 inzake de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging; 

        Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM I) en latere wijzigingen;

        Besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1999 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning; 

        Besluit van de Vlaamse regering van 23 maart 1999 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 1996 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder, alsook van de verhouding waarin, het Vlaamse gewest bijdraagt in de kosten verbonden aan de aanleg en de verbetering door de gemeenten van openbare riolen, andere dan prioritaire rioleringen, evenals houdende vaststelling van nadere regels met betrekking tot de procedure tot vaststelling van de subsidiëringsprogramma’s;

        Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid.

        Besluit van de Vlaams Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen waarbij nieuwe eisen opgelegd worden welke vertaald worden in het begrip ‘optimale afkoppeling’. De term ‘optimale afkoppeling’ betekent dat bij de aanleg of heraanleg van riolering het hemelwater van particuliere woningen langsheen het tracé van de werken optimaal dient afgekoppeld te worden. Dit betekent dat bij open en halfopen bebouwing alle hemelwater gescheiden van het afvalwater dient afgevoerd te worden. Dit betekent dat bij gesloten bebouwing het hemelwater gescheiden van het afvalwater dient afgevoerd te worden, behalve indien hiervoor leidingen door of onder de woning dienen aangelegd te worden.; 

        Besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement (hierna genoemd ‘het algemeen waterverkoopreglement’), artikel 8, artikel 12, § 1

        Ministerieel besluit van 28 juni 2011 betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer (hierna genoemd ‘het keuringsbesluit’);

        Ministerieel besluit tot goedkeuring van de aanvullende voorwaarden bij het algemeen waterverkoopreglement van Fluvius West, Fluvius Limburg, Fluvius Antwerpen en Riobra van 14 januari 2019.

 

Motivering

Volgens artikel 6.2.2.1.2. §1 van de Vlaamse milieuwetgeving (VLAREM II) is de lozing van afvalwater in de gewone oppervlaktewateren of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater verboden wanneer de openbare weg van openbare riolering voorzien is. Tevens verplicht de Vlaamse milieuwetgeving (artikel 6.2.2.1.2. §3) de volledige scheiding tussen het afvalwater en het hemelwater indien er een gescheiden riolering (her)aangelegd wordt. 

De onreglementaire storting van afvalwater betekent zowel een milieuverontreiniging als een financiële kost voor de gemeente. Evenals de controle op de naleving ervan.

 

Deze belasting draagt bij tot een evenwichtige financiering van het gemeentelijk beheer.

 

Financiële weerslag

De kredieten worden voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 op G-MJP000335.

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Financiën

GOEDKEURING BELASTINGREGLEMENT OP DE EXPLOITATIE VAN ZAND- EN KLEIGROEVEN

 

Context

Het huidige belastingreglement op de exploitaite van de zand- en kleigroeven in de gemeente Riemst 10 maart 2025 vervalt op 31 december 2025. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn die eindigt op 31 december 2031 wordt het reglement hernomen.

 

De volgende aanpassingen werden doorgevoerd:

        De ambtshalve inkohiering: verhoging met 20% in plaats van 50%;

        Mogelijkheid van elektronische communicatie overeenkomstig artikel 4, § 3, derde lid van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd.

 

Juridische gronden

        De grondwet, oa art 170, §4

        Decreet Lokaal Bestuur, oa art 2, 40 en 41;

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;

        Omzendbrief 2019/2 van 15 februari 2019;

        Invorderingswetboek van 13 april 2019 houdende de invorderingsregels;

        Decreet van 3 mei 2024 tot wijziging van het Decreet van 30 mei 2008.

 

Motivering

Het uitbaten van een steenfabriek in de vorm van productie van bakstenen gaat gepaard met zwaar vrachtvervoer, namelijk door het aanvoeren van grondstoffen – leem – en het afvoeren van de eindproducten – stenen. Door dit zwaar vrachtvervoer zijn er meer kosten aan het onderhoud van de wegen. Bovendien geven de ontginningen van klei en zand specifieke milieu-problemen (vervuiling). Enkele voorbeelden hiervan zijn:
 

Lucht:

        De impact van stof op de omgeving (dorpen, natuurgebieden);

        De uitstoot van CO² (groeve, activiteit, transport);

        NOx;

Geluid:

        Impact van geluidsoverlast op de omliggende dorpen en natuurgebieden;

Trillingen:

        De impact door trillingen (scheuren van woningen,...);

Stabiliteit:

Impact van de ontginning op stabiliteit, verzakkingen en scheurvorming van de groeven en woningen in de omliggende dorpen;

Bodem en ondergrond:

        Het verdwijnen van dekgronden;

        Het gebruik van opvulmaterialen met als gevolg dat er verontreiniging van het grondwater wordt veroorzaakt;

Hydrologie en hydrogeologie:

        Impact op grondwaterwinningen en relevante aquifers;

        De effecten van daling van de grondwatertafel voor natuurgebieden en landbouwgebieden;

        De effecten op tuinen, verzakkingen, scheurvormingen in huizen...;

Natuur:

        De activiteiten in de groeve kunnne aanleiding geven tot emissie van polluenten die een impact op de natuur kunnen hebben;

        Fauna en flora van de omliggende natuurgebieden.

 

Deze belasting draagt bij tot een evenwichtige financiering van het gemeentelijk beheer.

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Financiën

GOEDKEURING BELASTINGREGLEMENT TWEEDE VERBLIJVEN

 

Aanleiding, feiten, context

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn die eindigt op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op tweede verblijven.

 

Juridische gronden

        De grondwet, oa art 170 § 4

        Decreet Lokaal Bestuur, oa art 2, 40 en 41;

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;

        Omzendbrief 2019/2 van 15 februari 2019;

        Invorderingswetboek van 13 april 2019 houdende de invorderingsregels;

 

Motivatie

Eigenaars/gebruikers van een tweede verblijf in de gemeente genieten mee van de inspanningen die het gemeentebestuur levert o.a. inzake het onderhoud van het openbaar domein en infrastructuur.

Iedereen die op het grondgebied van de gemeente verblijft, al is dit tijdelijk,  moet redelijkerwijs enigszins geldelijk bijdragen in de gemeentelijke uitgaven.

Ook om discriminatie ten opzichte van de gedomicilieerde inwoners te vermijden.
Daarnaast stelt de gemeentelijke administratie vast dat tweede verblijven worden gebruikt als ontsnappingsroute voor de gemeentebelasting op leegstaande woningen en gebouwen.

 

Deze belasting draagt bij tot een evenwichtige financiering van het gemeentelijk beheer.

 

 

Financieel

De nodige kredieten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 op budgetsleutel MJP000153

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Financiën

GEMEENTEBELASTING OP HET INZAMELEN EN VERWERKEN VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN, AANSLAGJAREN 2026 TOT EN MET 2031

 

Context

 

Het huidige belastingreglement inzake het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen dd 13 december 2021 vervalt op 31 december 2025. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn die eindigt op 31 december 2031 wordt deze gemeentebelasting verlengd.

 

Er worden enkele inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd door Limburg.net:

 

        De prijzen van de huisvuil zakken stijgen:

        Rol van 44 liter: van 12,50 euro naar 16,00 euro

        Rol van 22 liter: van 6,25 euro naar 8,00 euro

 

De prijzen voor grofvuil stijgen:

        Ophaling aan huis: voor maximum 2m² van 20 euro naar 30 euro

        Brengen naar het recyclagepark: van 0,18 euro per kilogram naar 0,25 euro per kilogram

 

De prijzen voor de afvalbelasting dalen:

        eenpersoonsgezin: van 123,85 euro naar 122,00 euro

        tweepersoonsgezin: van 136,35 euro naar 130,00 euro

        driepersoonsgezin: van 142,60 euro naar 138,00 euro

        vierpersoonsgezin of meer: van 148,85 euro naar 146 euro

 

 Deze prijzen kunnen echter jaarlijks geïndexeerd worden.

 

Het quotom voor het huisvuil daalt:

        eenpersoonsgezin: van 2 rollen van 22 liter naar 1 rol van 22 liter

        tweepersoonsgezin: van 2 rollen van 44 liter naar 2 rollen van 22 liter

        driepersoonsgezin: van 2 rollen van 44 liter en 1 rol van 22 liter naar 1 rol van 44 liter en 1 rol van 22 liter

        vierpersoonsgezin of meer: van 3 rollen van 44 liter naar 2 rollen van 44 liter

 

Er worden zakken ingevoerd voor:

        keukenafval (geel, 2,00 euro per 13 zakken)

        tuinafval (groen, 2,50 euro per 10 zakken)
 

Indien de burger toch nog een gft-container wenst: dit is enkel mogelijk voor de containers van 120 liter. Hiervoor dient men een abonnement af te sluiten ten bedrage van 85,00 voor 12 maanden. Het aankopen van een gft-sticker is dus niet meer nodig. De container met gft-sticker kan nog gebruikt worden tot en met 31 maart 2026.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, § 4 van de grondwet;

        Decreet lokaal bestuur, inzonderheid artikel 2, artikel 41 en artikel 40, tweede lid, 14° inzake bevoegdheden van de gemeenteraad, art 450 inzake de bevoegdheden van de dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging;

        Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen (Invorderingswetboek) van 13 april 2019;

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelasting, zoals gewijzigd;

        Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, inzonderheid op de artikelen 10 en 26;

        Omzendbrief 2019/2 van 15 februari 2019;

        Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), inzonderheid op artikel 5.1.1. en volgende;

        Nieuwe Gemeentewet, inzonderheid op de artikels, 119, 119bis en 135, §2;

        De Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013;

        Het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval (hierna het Interregionaal Samenwerkingsakkoord verpakkingsafval genoemd);

        Het besluit van de Interregionale verpakkingscommissie van 20 december 2018 tot erkenning van de vzw Fost Plus als organisme voor verpakkingsafval;

        He goedkeuring van het Lokaal Materialenplan 2023-2030 door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023 (publicatie Belgisch Staatsblad 30 juni 2023);

        De beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband LIMBURG.NET;

        VLAREMA, artikel 3.1.1: er bestaat een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor een aantal afvalstoffen;

        Artikel 26 van het Materialendecreet.

        Convenant Limburg.net, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 17/11/2025

        Afvalreglement Limburg.net, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 17/11/2025

 

 

Met betrekking tot de samenwerking tussen Limburg.net en gemeente Riemst

 

        Limburg.net is een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, en meer bepaald een opdrachthoudende vereniging zoals bedoeld in artikel 12, §2 ,3° van het decreet van 6 juli 2001 houdende de Intergemeentelijke Samenwerking;

        Het lidmaatschap van de gemeente bij Limburg.net;

        De statuten van Limburg.net en in het bijzonder artikel 3 waaruit blijkt dat de gemeente als deelnemer van Limburg.net, afstand heeft gedaan aan Limburg.net van haar beheers- en reglementeringrechten inzake het afvalbeheer, de afvalverwijdering en -verwerking en dit binnen het maatschappelijk doel van Limburg.net;

        Limburg.net heeft besloten om de financiële aspecten van de ophaling en de verwerking van de huishoudelijke en de daarmee vergelijkbare afvalstoffen te optimaliseren voor het werkgebied van Limburg.net;

        Limburg.net stelt een uniform stelsel van heffingen voor de ophaling en verwerking, met inbegrip van een stelsel dat de inning van deze heffingen centraliseert bij Limburg.net, waarbij voorzien is dat een gemeente kan instappen in het systeem van intergemeentelijke inning van de kohierbelasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen, genaamd de ‘directe inning’ (zie beslissing raad van bestuur van Limburg.net van 28/08/2013);

        Gemeente Riemst heeft via een apart gemeenteraadsbesluit een Convenant tussen de gemeente en Limburg.net heeft goedgekeurd waarbij de gemeente zich geëngageerd heeft om binnen de gemeente het uniform stelsel van heffingen voor de ophaling en verwerking van afval zoals door de raad van bestuur van Limburg.net wordt uitgewerkt, toe te passen. Conform de afspraken zoals opgenomen in voormelde Convenant, Limburg.net ook gemachtigd werd de afvalbelasting te innen. Deze inning wordt algemeen aangeduid met de term 'directe inning'. De gemeente Riemst is met ingang van 1 januari 2015 is ingestapt in het systeem van ‘directe inning’ zoals georganiseerd door Limburg.net;

        Vanaf 14 september 2015 wordt het recyclagepark uitgebaat door Limburg.net. De tarieven voor het brengen van afval naar het recyclagepark werden vastgelegd door de raad van bestuur van Limburg.net, in een afzonderlijk tarievenreglement. Dit tarievenreglement wordt door de gemeenteraad in een apart besluit bekrachtigd.

 

 

Motivatie

De gemeente Riemst maakt deel uit van het systeem ‘directe inning’ van Limburg.net.

De gemeente hanteert het principe ‘de vervuiler betaalt’, waarbij de kosten van het beheer van huishoudelijk afval verhaald wordt op de afvalproducenten. 

De belasting financiert de volgende zaken:  

        De huis-aan-huis ophaling van het huishoudelijk afval zoals restafval, PMD (plastic, metaal, drankkartons), groenafval en karton en het verwerken hiervan;  

        Het voorzien van glascontainers en textielcontainers en het verwerken van deze afvalstoffen; 

        De werking van het containerpark en het verwerken van de afvalstoffen; 

        Het aan huis ophalen op afroep van herbruikbare goederen conform het reglement; 

        De verkoop van de benodigde stickers voor de huis-aan-huis ophaling; 

        De verdeling en aankoop van huisvuilzakken, PMD-zakken en textielzakken. 

 

Deze belasting draagt bij tot een evenwichtige financiering van het gemeentelijk beheer.

 

BESLUIT:

Amendement Peumans: Prijzen voor de afvalbelasting zijn niet rechtvaardig. De verhouding tussen het eenpersoonsgezin en tweepersoonsgezin klopt niet. Het voorstel is om de belasting voor het eenpersoonsgezin terug te brengen naar €80,00.

3 stemmen voor: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

21 stemmen tegen: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

Stemming agendapunt: Gemeentebelasting op het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen, aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 stemmen tegen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Financiën

GOEDKEURING BELASTINGREGLEMENT RECLAMEBORDEN

 

Context

Het huidige belastingreglement op vaste en mobiele reclame van 10 maart 2025 vervalt op 31 december 2025. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn die eindigt op 31 december 2031 wordt het reglement vernieuwd.

 

De volgende aanpassingen werden doorgevoerd:

 

        De ambtshalve inkohiering: verhoging met 20% in plaats van 50%;

        Mogelijkheid van elektronische communicatie overeenkomstig artikel 4, § 3, derde lid van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd.

 

Juridische gronden

        De grondwet, oa art 170, §4

        Decreet Lokaal Bestuur, oa art 2, 40 en 41;

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de

        geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;

        Omzendbrief 2019/2 van 15 februari 2019;

        Invorderingswetboek van 13 april 2019 houdende de invorderingsregels;

        Decreet van 3 mei 2024 tot wijziging van het Decreet van 30 mei 2008.

 

Motivering

Een overvloed aan reclameborden veroorzaakt visuele vervuiling (inzonderheid aan gevels van woningen en gebouwen en op gronden langs de openbare weg). Met dit belastingreglement wordt getracht het aantal reclameborden op de openbare weg te beperken om tot een kwalitatief straatbeeld te komen.

 

Deze belasting draagt bij tot een evenwichtige financiering van het gemeentelijk beheer.

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Financiën

VASTSTELLING AANVULLENDE GEMEENTEBELASTING OP DE PERSONENBELASTING 2026-2031

 

Aanleiding, feiten, context

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Het huidige reglement van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting dd. 9 december 2019 vervalt op 31 december 2025. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn die eindigt op 31 december 2031 wordt 8% aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Juridische gronden

 

        Artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992;

        Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid art 40 en 41

        Artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994

        Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden

 

Financiële weerslag

De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan MJP000108.

 

BESLUIT:

Amendement Beusen: Voorstel om de gemeentebelasting op de personenbelasting van 8% naar 7% te brengen.

3 stemmen voor: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

21 stemmen tegen: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

Stemming agendapunt: Vaststelling aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting 2026-2031

21 stemmen voor: Mark Vos, Joël L'Hoest, Anja Slangen, Guy Kersten, Ludwig Stevens, Mieke Loyens, Marina Pauly, Christiaan Bamps, Davy Renkens, Marie-Elise Smets, Jan Noelmans, Peter Neven, Anja Huls, Hilde Festjens, Jos Onclin, Wouter Coenegrachts, Miet Debay, Ward Vandormael, Johny Arbijn, Magda Gielen en Gerd Mengels

3 stemmen tegen: Jan Peumans, Anita Beusen en Dirk Jacobs

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Financiën

VASTSTELLING VAN OPCENTIEMEN ONROERENDE VOORHEFFING 2026-2031

 

Aanleiding, feiten, context.

 

De huidige vaststelling van de opcentiemen onroerende voorheffing via het raadsbesluit dd. 9 december 2019 vervalt op 31 december 2025. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn die eindigt op 31 december 2031 wordt het tarief bepaald (en verlengd) op 882 opcentiemen.

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

 

Juridische gronden

        Artikel 41, 162 en 170 §4 van de grondwet;

        Artikel 464/1, 1° van het Wetboek Inkomstenbelastingen van 10 april 1992;

        Het decreet lokaal bestuur, inzonderheid artikel 2, artikel 40, en art 41,

        Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit; inzonderheid artikel 2.1.4.0.2, artikel 3.1.0.0.4 en artikel 3.1.0.0.6.
 

Financiële weerslag

De ontvangst is voorzien in het MJP2026-2031 op MJP000107.

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Financiën

GOEDKEURING SUBSIDIE POLITIEZONE 2026

 

Aanleiding, feiten, context

De jaarlijkse bijdrage aan de politiezone is vastgesteld via het budget van de zone.

Voor Riemst betekent dit voor 2026 een totaalbedrag van € 1.739.790,93

 

Juridische gronden

Decreet Lokaal Bestuur, oa art 41;

Wet van 7 december 1998 tot organisatie van de geïntegreerde politie gestructureerd op twee

niveaus, in het bijzonder artikel 40, derde en zesde lid en artikel 71, eerste lid en artikel 250bis van

de wet van 7 december 1998 op de geïntegreerde politie, waarin bepaald wordt dat elke

gemeenteraad de dotatie aan de politiezone wordt goedgekeurd;

Gemeenteraadsbesluit van 20/9/2004 houdende de goedkeuring van de verdeelsleutel van de gemeentelijke dotatie aan de intergemeentelijke politiezone;

Koninklijk besluit van 2 april 2004, gepubliceerd op 28 april 2004 in het Belgisch Staatsblad,

houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in

de schoot van een meergemeente politiezone.

 

Adviezen

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord.

 

Financiële weerslag

Kredieten

Raming uitgave(n): € 1.739.790,93

Toepasselijke budgetsleutel = MJP000164

Beschikbaar krediet: € 1.739.791

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kinderopvang

LOKAAL ERKENNINGSKADER BUITENSCHOOLSE OPVANG EN ACTIVITEITEN (BOA)

 

Aanleiding, feiten, context

 

De Vlaamse Regering pleit voor maximale kwaliteit van het gehele BOA-aanbod. De lokale besturen staan als regisseur in voor de erkenning en handhaving van het lokaal opvangaanbod, binnen een Vlaams kwaliteitskader.

 

In de BOA-regierol draagt het lokaal bestuur de verantwoordelijkheid om in samenwerking met de lokale partners het ontwikkelen en implementeren van een geïntegreerd buitenschools opvang-en activiteitenbeleid  te ontwikkelen voor kinderen tussen 2,5 en 13 jaar.

 

De taken, toevertrouwd aan het lokaal bestuur, omvatten het ontwikkelen van een lokaal beleidskader, het erkennen en handhaven van opvangaanbod, het verdelen van middelen en het stimuleren van samenwerking tussen spelers in onderwijs, cultuur, jeugd en sport om een divers en kwalitatief aanbod te garanderen. 

Het lokaal bestuur is verantwoordelijk voor het opzetten van een eigen erkenningskader om het lokale opvangaanbod te erkennen en te controleren op kwaliteit en naleving van het decreet. 

Het erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten is m.a.w. een lokaal beleidsdocument waarin een lokaal bestuur de minimale voorwaarden vastlegt waaraan organisatoren van buitenschoolse opvang en activiteiten moeten voldoen om erkend te worden en subsidies te ontvangen, conform het Vlaamse BOA-decreet.

Dit kader is opgemaakt in afstemming met het lokaal samenwerkingsverband BOA. Het lokaal erkenningskader is verplicht van zodra het lokaal bestuurt instapt in de definitieve regeling van het decreet

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het lokaal erkenningskader goed te keuren opdat organisatoren van buitenschoolse kinderopvang en activiteiten om subsidies kunnen ontvangen, voor zover deze beschikbaar zijn.

 

Juridische gronden

        Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017: artikel 83: handelt over de bevoegdheden van de gemeenteraadartikel 285,286,287 handelt over de bekendmaking en inwerkingtreding van besluiten en hun inhoud

        Decreet Kinderopvang van 20 april 2012 omvat de basiswetgeving voor kinderopvang in Vlaanderen, inclusief buitenschoolse opvang.

        Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 1 januari 2021 (BOA)

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 handelt over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten.

        Mededeling aan de Vlaamse regering van 28 februari 2025 met betrekking tot de conceptnota ‘decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA)

        Brief van het agentschap Binnenlands Bestuur van minister Hilde Crevits met betrekking tot BOA

        Beleidsnota Kinderopvang en Toekomstplan voor Vlaamse Kinderopvang: deze documenten geven de strategische visie van de Vlaamse overheid weer, inclusief de maatschappelijke functies van kinderopvang en de rol van informatieplicht binnen kwaliteitsvolle opvang

        Conceptnota Vlaamse regering van 4 april 2025 voor het Plan Kinderopvang 2025–2029,
gebaseerd op dit toekomstplan

        Gemeenteraadsbesluit van 11 september 2023: goedkeuring missie- en visietekst kinderopvang

        Gemeenteraadsbesluit van 19 mei 2025 handelt over de uitrol van het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten

        Snelinfo - uitrol decreet Buitneschoolse Opvang en Activiteiten van 28 februari 2025 over de verdere uitvoering van het decreet Buitenschoolse Opvang

 

Adviezen

        Coördinator Buitenschoolse Opvang en Activiteiten: positief advies

        Dienst Buitenschoolse Kinderopvang: positief advies

        Dienst Flankerend onderwijs: besproken op het flankerend onderwijsoverleg van 23 oktober 2025 - positief advies

        Lokaal Overleg Kinderopvang: dd;.16 oktober 2025

        Dienst Jeugd: positief advies

        Dienst Sport: positief advies

        Dienst communicatie: informatie kenbaar maken op de gemeentelijke website

        Lokaal samenwerkingsverband: positief advies (zie bijlage)

 

Argumenten

Het lokaal erkenningskader doet minstens uitspraak over de verwachtingen in zes kerngebieden en houdt daarbij rekening met de Vlaams opgelegde minimale voorwaarden:

  1. Organisatorisch beleid, minstens het beleidsvoerend vermogen;
  2. Pedagogisch beleid, minstens

        het aangaan van kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen;

        het gebruik van het Nederlands;

  1. Medewerkersbeleid, minstens

        medewerkers beschikken over de nodige competenties;

        voldoende kennis van het Nederlands;

        de organisator controleert bij de aanstelling van elke persoon die werkzaam is in de kinderopvanglocatie het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene, dat minstens een onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen inhoudt. Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, artikel 4, eerste lid, en artikel 5 van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe personen werkzaam in de kinderopvanglocatie, is daarbij van toepassing. Daarenboven beschikt de organisator over een uittreksel uit het centraal strafregister op naam van de rechtspersoon;

  1. Toegankelijkheid, minstens bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
  2. Monitoring en evaluatie;
  3. Verbondenheid;

 

Waarom een erkenning aanvragen?

Een erkenning als partner voor de buitenschoolse opvang en activiteiten:

        geeft een kwaliteitslabel aan de werking

        maakt samenwerking met het lokaal bestuur en andere partners makkelijker

        vormt de basis voor een mogelijke verdeling van BOA-middelen in de toekomst

 

Hoe een erkenning tot organisator buitenschoolse opvang en vrijetijdswerking aanvragen?

Een erkenning kan digitaal aangevraagd worden;

        Zie bijlage: aanvraag erkenning BOA26

 

In de aanvraag zijn volgende onderdelen opgenomen:

        Gegevens van de organisator

        Gegevens over de werking (Locatie, uren, periode, max. aantal op te vangen kinderen,

        Keuze profiel

        Beschrijving werking per kernthema

        Pedagogisch beleid

        Organisatorisch beleid

        Medewerkersbeleid

        Toegankelijkheid

        Monitoring en evaluatie

        Verbondenheid

        Samenwerking

        huidige samenwerkingen

        deel van het lokaal samenwerkingsverband

        Bijlagen en bewijsstukken in kader van opvolging en handhaving door lokaal bestuur

        Statuten of bewijs van rechtspersoonlijkheid

        Uittreksel uit het strafregister (organisator + medewerkers)

        Afhankelijk van het gekozen profiel

        Beleidsplannen en/of pedagogische visie

        Attest levensreddend handelen

        Overzicht kwalitficaties/opleidingen/taalniveau B1 - medewerkers

        Vrijwilligersafspraken

        Risico-analyse en veiligheidsdocumenten

        Aanwezigheidsregistraties en begeleider-Kind ratio

        Planning van opvangdagen en -uren

        Bewijs van minimumaanbod

        Klachtenprocedure

        Verslagen inzake zelfevaluatie en feedbackmomenten

        Verslagen inzake overlegmomenten

        Beschrijving van het prijsbeleid en de communicatie naar ouders

        Communicatiemateriaal (folder, website, ..;)

        Eventuele overeenkomsten met partners en verslagen van gezamenlijke activiteiten

        ...

        Verklaring op eer

 

Financiële weerslag

Zie agendapunt: financieel kader

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Kinderopvang

INZET VAN DE BOA-SUBSIDIE VOOR DE EIGEN WERKING VAN BUITENSCHOOLSE OPVANG- EN VRIJETIJDSACTIVITEITEN VOOR SCHOOLGAANDE KINDEREN VAN 2,5 TOT 13 JAAR.

 

Aanleiding, feiten, context

 

Het lokale bestuur is vandaag de enige organisator van buitenschoolse opvang. Het lokale bestuur maakt, rekening houdend met de doelstellingen van het BOA-decreet, principieel de keuze dat om zelf de buitenschoolse opvang en activiteiten te blijven organiseren.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de eigen werking voor wat betreft de organisatie van de buitenschoolse activiteiten en vrijetijdswerking voor kinderen van 2,5 tot 13 jaar te erkennen op basis van het lokale erkenningskader voor BOA via een gemeenteraadsbeslissing en de BOA basissubsidie en boostsubsidie toe te kennen aan het lokaal bestuur van de gemeente Riemst.

 

Juridische gronden

 

        Decreet Lokaal Bestuur: artikel 40 handelt over de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        Decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten

        Besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten

        DAEB-Vrijstellingsbesluit (Besluit C (20 december 2011) 9380). Voor DAEB-steun op basis van het DAEB-Vrijstellingsbesluit met betrekking tot sociale behoeften geldt geen plafond op de DAEB compensatiesteun. Dit geldt onder andere voor DAEB’s op het gebied van zorg en kinderopvang.
Het vrijstellingsbesluit bevat een verlicht regime voor lokale en sociale DAEB’s, zoals kinderopvang. Bij het verlenen van steun op basis van het DAEB-vrijstellingsbesluit is het niet nodig om een kennisgevingsprocedure te volgen, wel moet er tweejaarlijks gerapporteerd worden over de uitgaven.

 

Adviezen

        Dienst buitenschoolse kinderopvang: positief advies

        Dienst sport: positief advies

        Dienst jeugd: positief advies

        Dienst cultuur: positief advies

        Coördinator Buitenschoolse Opvang en Activiteiten: positief advies

 

Argumenten

In 2024 heeft gemeente Riemst zich laten adviseren en begeleiden door Probis met als doel het realiseren van een succesvolle implementatie van het BOA- decreet in Riemst. In kader van dit traject werd de nodige informatie verzamelt om de huidige situatie van de buitenschoolse opvang en activiteiten in Riemst in kaart te brengen. Er werd onderzoek gedaan naar:

        omgevingsgerelateerde ontwikkelingen

        aanbod vrijetijdsactiviteiten voor kinderen

        bevragingen

        financiën

        relevante samenwerkingsverbanden

De bevindingen van het doorlopen traject zijn samenvattend weergegeven.

 

1. AANBOD

1.1 Organisatie

De gemeente Riemst is organisator van de buitenschoolse opvang binnen de verschillende dorpskernen in Riemst. We voorzien in voorschoolse opvang, naschoolse opvang, opvang op woensdagnamiddag en opvang tijdens schoolvrije dagen (pedagogische studiedagen en schoolvakanties).

1.1.1 Opvanglocaties

Onze opvanglocaties zijn steeds nauw verbonden aan de respectievelijke basisscholen van Riemst.

Opvanglocaties

Adres

Openingstijden

Hoofdlocatie

HERDEREN
UKKE PUK
De Tol

 

Sint-Jansstraat 8b
(Ingang via ijzeren poort)

 

Voorschools: 07.00 u. – 08.30 u.
Naschools: 15.30 u.  – 18.00 u.

Woensdagnamiddag; 12.00 u. – 18.00 u.

KANNE
Jekerdal

St.Hubertusstraat 9
(Ingang via speelplaats)

Voorschools: 07.00 u. – 08.30 u.
Naschools: 15.15 u.  – 18.00 u.

MEMBRUGGEN
De Bron

Wijnstraat 2
(Ingang via speelplaats)

Voorschools: 07.00 u. – 08.30 u.
Naschools:
Geen eigen opvang -> busvervoer naar opvang Herderen

MILLEN EN GENOELSELDEREN
De Driesprong

Kattestraat 7
(Ingang via speelplaats)

Voorschools: 7.00 u – 8.30 u
Naschools:
Geen eigen opvang -> busvervoer naar opvang Herderen

RIEMST
De Klinker

Klein Lafeltstraat 2
(Ingang via kleuterspeelplaats)

Voorschools: 07.00 u. – 08.30 u.
Naschools: 15.30 u.  – 18.00 u.

VALMEER
De kleine Bond

Bampstraat 8
(Ingang via speelplaats)

Voorschools: 7.00 u – 8.30 u
Naschools:
Geen eigen opvang -> busvervoer naar opvang ’t Driesje Bolder

VLIJTINGEN
’t Kerkveldje

Kloosterstraat 18
(Ingang via achterste toegangspoort aan opvang)

Voorschools: 07.00 u. – 08.30 u.
Naschools: 15.30 u.  – 18.00 u.

VROENHOVEN EN LAFELT
’t Hofje

Montenakenweg 4
(Ingang via speelplaats)

Voorschools: 07.00 u. – 08.30 u.
Naschools: 15.15 u.  – 18.00 u.

ZICHEN ZUSSEN BOLDER
‘t Driesje

Nieuweweg 11
(Ingang via speelplaats)

Voorschools: 07.00 u. – 08.30 u.
Naschools: 15.15 u.  – 18.00 u.

Woensdagnamiddag: 12.00 u. – 18.00 u.

 

Op woensdagnamiddag, tijdens schoolvrije dagen en schoolvakanties wordt het opvang aanbod gecentraliseerd. Welke locaties open zijn én voor welke doelgroep er activiteiten georganiseerd zijn, wordt steeds tijdig gecommuniceerd aan het begin van het nieuwe schooljaar en in voorbereiding van iedere schoolvakantie. Consulteer steeds onze website en online inschrijvingstool.

 

De algemene werking wordt aangestuurd vanuit de hoofdlocatie in Herderen. Vragen over de buitenschoolse kinderopvang, aangepaste zorgvragen, de factuur of wil men weten of men in aanmerking komt voor het sociaal tarief, dan kan men terecht bij de administratieve ondersteuning op onze hoofdlocatie van de buitenschoolse kinderopvang in Riemst (Herderen).

 

BUITENSCHOOLSE Kinderopvang GEMEENTE RIEMST
Vestiging UKKE PUK
Sint-Jansstraat 8b
3770 RIEMST (Herderen)

1.1.2 Opvangmomenten

        Er is dagelijks voorschoolse en naschoolse opvang voorzien van maandag tot en met vrijdag, telkens van 7.00 u. tot de start van school en na de schooluren tot 18.00 u. 

        Er is een gecentraliseerd opvangaanbod op woensdagnamiddag voorzien telkens van 12.00 u. tot 18.00 u. Op schoolvrije dagen en tijdens de vakantieperiode is de opvang doorlopend geopend van 07.00 u. tot 18.00 u. Voor iedere school zijn er andere schoolvrije dagen. Bij de start van het nieuwe schooljaar ontvangen ouders via de school een overzicht met de schoolvrije dagen en vakantieperiodes.

        Doorheen het jaar organiseren de gemeentelijke diensten sport- en/of spelkampen. Het aanbod vind je terug op de gemeentelijke website. De sport-en spelkampen zijn vaak leeftijdsgebonden.

        Tijdens de zomervakantie organiseren de gemeentelijke diensten de speelpleinwerking voor de kinderen vanaf 5 tot en met 12 jaar op het sport- en speelplein in Herderen (Sint-Jansstraat).
De gemeente voorziet busvervoer vanuit de verschillende dorpen naar de speelpleinwerking en omgekeerd.

1.1.3 Sluitingsdagen

        Er is geen kinderopvang in weekends, op feestdagen en brugdagen.

        Bij een eventuele staking van het onderwijzend personeel is er géén kinderopvang. Het onderwijs kan op dat moment zelf opvang voorzien.

        De buitenschoolse kinderopvang heeft een aantal sluitingsdagen doorheen het jaar. Deze sluitingsdagen worden bekend gemaakt bij de start van het nieuwe schooljaar per mail en via het communicatieplatform van de scholen. De vaste sluitingsperiodes zijn:

        soms maken wij ook de brug, check de bijlage voor de planning van dit schooljaar

        één volledige sluitingsweek in de laatste week van juli

        op de laatste zomervakantiedag zijn alles opvanglocaties gesloten om alles in gereedheid te brengen voor de start van het nieuwe schooljaar

        tijdens de kerstvakantie zijn we slechts beperkt open

 

1.2 Gemiddelde bezetting (statistieken)

 

Gemiddeld aantal kinderen op weekbasis

(maand oktober)

Gemiddeld aantal begeleiders (*)

Bolder

Voorschoolse opvang

27-40 kinderen

2-3 begeleiders

Naschoolse opvang

40-60 kinderen

4-5 begeleiders

Woensdagnamiddag

40 kinderen

3-4 begeleiders

Herderen

Voorschoolse opvang

18-26 kinderen

2 begeleiders

Naschoolse opvang

28-47 kinderen

3-4 begeleiders

Woensdagnamiddag

60 kinderen

5 begeleiders

Kanne

Voorschoolse opvang

12-18 kinderen

2 begeleiders

Naschoolse opvang

26-42 kinderen

2-4 begeleiders

Membruggen

Voorschoolse opvang

24-27 kinderen

2 begeleiders

Millen

Voorschoolse opvang

8-14 kinderen

1 begeleider

Riemst

 

 

Voorschoolse opvang

14-23 kinderen

2 begeleiders

Naschoolse opvang

33-48 kinderen

3-4 begeleiders

Woensdagnamiddag

20 kinderen

2 begeleiders

Valmeer

Voorschoolse opvang

17-20 kinderen

2 begeleiders

Vlijtingen

Voorschoolse opvang

30-35 kinderen

3 begeleiders

Naschoolse opvang

30-40 kinderen

3 begeleiders

Vroenhoven

Voorschoolse opvang

8-14 kinderen

1 begeleider

Naschoolse opvang

24-33 kinderen

2-3 begeleiders

 

(*) Gemiddeld wordt er gestreefd naar de ratio van 1 begeleider per 14 kinderen. Daar waar kinderen met een individuele zorgbehoefte deelnemen wordt deze ratio verhoogd op basis van de zorgnood. Vanaf 17.15 u. is er een graduele afbouw in de bezettingsgraad, zowel voor de kinderen, als de voorziene begeleiding.

 

1.3 Bevindingen

        Riemst heeft een uitgebreid aanbod aan buitenschoolse opvang en wordt volledig door de gemeente zelf georganiseerd.

        Er wordt maximaal ingezet om de opvang zo dicht mogelijk bij huis te organiseren. De opvanglocaties zijn gelegen bij de basisscholen, wat nauw aansluit bij de decentrale visie van lokaal bestuur en het voeren van een actief dorpenbeleid. In totaal zijn er 9 opvanglocaties.

        Voorschoolse opvang wordt in elke basisschool georganiseerd

        Naschoolse opvang wordt voorzien op 6 scholen. Er wordt gemeentelijk busvervoer georganiseerd om kinderen naar de opvanglocaties te brengen.

        Doordat er geen stop staat op het aantal inschrijvingen, kan elk kind met nood aan opvang ook in de buitenschoolse opvang terecht. Op vlak van het aantal beschikbare plaatsen per 100 kinderen (3-11 jaar) lijkt Riemst volgens onze berekeningen duidelijker iets hoger te scoren dan het Vlaamse gemiddelde en ook iets boven het Limburgse gemiddelde. Voorzichtigheid bij deze interpretaties is noodzakelijk, aangezien deze cijfers aan de hand van een andere berekening tot stand kwamen.

        De buitenschoolse kinderopvang hanteert een ratio van 1 begeleider voor maximaal 14 kinderen. De maximale norm van Agentschap Opgroeien hiervoor is 1 begeleider voor 18 kinderen. Deze mag evenwel overschreden worden op piekmomenten.

        Ten opzichte van januari 2020 tonen de cijfers een stijging in de nood aan/ gebruik van buitenschoolse opvang in januari 2024, zowel voor voorschoolse als naschoolse opvang. Kanttekening: dit is moeilijker te vergelijkingen door de invloed van de coronacrisis.

        De cijfers tonen een stijgende lijn in de nood aan/ het gebruik van schoolse opvang. Stijging van 13 % in het aantal opgevangen kinderen (niet uniek) in januari 2024 ten opzichte van januari 2023.

        De verdeling kleuters vs. lagere schoolkinderen verschilt sterk van locatie tot locatie. In Membruggen en Millen kan mogelijks beken worden waarom zij beduidend minder kleuters opvangen, dan in andere locaties.

 

2. Maatschappelijke trends

 

2.1 Demografische prognose

De verwachting is dat de bevolking in Riemst gemiddeld een pak ouder zal zijn in 2040 (= Vlaamse trend).

Het aantal 3- tot 11 jarigen zou dalen tegen 2040. Niet alleen in absoluut aantal, maar ook relatief ten opzichte van het totale inwonersaantal: van 9,4 % naar 8,5 %.

 

2.2 Sociaal-economisch

Uit de cijfers blijkt dat de gemeente Riemst op vlak van sociale ontwikkelingen op de meeste indicatoren significant beter scoort dan het Vlaamse gemiddelde en referentiegebied Limburg.

Er moet aandacht blijven voor sociale doelstellingen binnen de kinderopvang, maar men heeft hier iets meer speelruimte dan in de referentieregio’s.

 

2.3 Gemeentelijke diensten

De vrijetijdsdiensten organiseren reeds heel wat activiteiten. Enkele activiteiten sluiten al aan bij de buitenschoolse opvang (jeugd, sport, bibliotheek). Dienst cultuur organiseert zelf geen activiteiten, maar zet wel in op partnerschappen met verenigingen. Er liggen zeker nog heel wat extra kansen om de werking meer op elkaar af te stemmen.

De sociale dienst is een belangrijke partner als het gaat om inclusiviteit, laagdrempeligheid en het bereiken van alle kinderen.

 

2.4 Niet-gemeentelijk aanbod vrijetijdsactiviteiten

        Voornamelijk gecentreerd in deelgemeente Riemst:

        Er zijn heel wat verenigingen en mogelijk partners die een gevarieerd aanbod aan activiteiten organiseren

        Het aanbod voor kleuters in Riemst is beperkt

 

3. Bevraging ouders

 

        Ongeveer 65 % van de ouders maakt regelmatig gebruik van buitenschoolse opvang. Voornamelijk van de voor- en naschoolse opvang en van de opvang in de vakantie. De voornaamste reden om gebruik te maken van de opvang is om de combinatie werk/gezin gemakkelijker te maken. Ook de ontwikkelingen van de kinderen en het (buiten)speelplezier van de kinderen zijn vooraanstaande redenen. Verder geeft 1 op 5 ouders aan dat ze hun kind naar de opvang brengen omdat het kind dit zelf graag wil.

        Daar tegenover geeft 35 % van de ouders aan dat ze geen gebruik maken van de buitenschoolse opvang, voornamelijk omdat ze hier geen nood aan hebben en/of omdat ze liever hebben dat hun kind thuis is buiten de schooluren.

        De prijs lijkt geen struikelblok te zijn voor de ouders.

        6 % van de ouders geeft aan dat ze niet weten hoe ze moeten inschrijven. Dit kan dus een werkpunt zijn voor de dienst BKO in samenwerking met de scholen.

        72 % van de bevraagde ouders hebben één of meerdere kinderen die een activiteit binnen het vrijetijdsaanbod volgen.

        Hier is het duidelijk dat het volgen van deze activiteiten niet bijdraagt aan het gemakkelijker maken van de combinatie werk en gezin. Wel is het, net zoals de opvang, vanuit het oog op de ontwikkeling en kansen van het kind dat ze een activiteit volgen.

        Uit het onderzoek blijkt dat onderstaande reden de belangrijkste redenen zijn waarom kinderen niet deelnemen aan het vrijetijdsaanbod:

        Schaars aanbod voor kleuters en jonge kinderen

        Ook de prijs en de kennis van het aanbod zijn een drempel

        De meeste permanente problemen rond opvang situeren zich in de zomervakantie en de schoolvrije dagen. In de zomervakantie ervaart meer dan 40 % problemen om opvang te vinden, bij 6 % is dit zelfs op permanente basis het geval. Het gemeentelijke aanbod aan opvang in de zomervakantie is in tussentijd evenwel bijgestuurd. Verder valt op dat de kortere vakanties beduidend minder ervaren problemen met zich meebrengen op vlak van opvang. Ongeveer 20 % van de ouders geeft aan hier soms problemen te ervaren.

        Ouders lijken het belangrijker te vinden dat broers en zussen samen opgevangen kunnen worden dan dat er een opsplitsing is tussen kleuters en lagere schoolkinderen.

        Ouders willen hun kind graag laten proeven van het vrijetijdsaanbod alvorens ze een keuze te laten maken. Ook vinden ze het belangrijk dat de activiteiten meteen na school kunnen doorgaan en in/tijdens de opvang georganiseerd zouden kunnen worden.

 

Op vlak van vrijetijdsactiviteiten kan gesteld worden dat:

        1/5 van de bevraagden de Grabbelpas gebruikt. De SWAP-activiteiten (voor jongeren ouder dan 12 jaar) zijn heel wat minder populair.

        Ouders duidelijk hun weg weten te vinden naar de gemeentelijke (sport)kampen. Bovendien zijn deze meer populair dan niet-gemeentelijke kampen.

        Bijna 45 % van de bevraagden maakt gebruik van de speelpleinwerking, wat een behoorlijk hoog aantal is. Desalniettemin is er nog groeimarge, aangezien bijna 15 % aangeeft dat ze de speelpleinwerking niet kennen.

 

4 Bevraging kinderen

 

4.1 Sterke punten

        Een groot deel van de kinderen geeft aan graag naar de opvang te komen

        De kinderen kunnen zelf kiezen waar ze mee spelen en zelf met voorstellen/ideeën komen.

        Ook het aanbod aan spelmateriaal lijkt overwegend ruim genoeg.

 

4.2 Aandachtspunten

        Op vlak van aanbod van activiteiten en de mogelijkheid tot het maken van huiswerk, lijkt er nog wat ruimte voor verbetering.

        De beleving van de naschoolse opvang op woensdagnamiddag en tijdens de latere uren op andere dagen scoort beduidend lager dan de opvang in het algemeen. De oorzaken hiervan werden echter niet bevraagd op dat moment.

 

5. Bevraging kinderbegeleiders

 

Enkele zaken waar men graag verder op zou inzetten:

        Op vlak van spelmateriaal en hoekenwerking is er nog ruimte voor verbetering. Hier werd ondertussen al op ingezet in samenwerking met Arktos.

        Niet alle kinderbegeleiders komen er steeds aan toe om na te denken over activiteiten in de opvang. Hierbij moet rekening gehouden worden met het verschil tussen voorschoolse en naschoolse opvang.

        Rustmomenten en rustplekken creëren is zeker een aandachtspunt.

        Veel zaken lopen reeds goed, maar kunnen nog verbeteren:

        Investeren in babbeltje met ouders

        Inkleding (vb. spelhoeken, verzorgingstafel)

        Begeleiden van kinderen tot ze intens bezig zijn met het spel/ de activiteit

        Meer flexibiliteit en keuzevrijheid van de kinderen

 

6. Samenwerkingsverbanden

 

        Er zijn reeds heel wat relevante samenwerkingsverbanden aanwezig in Riemst

        Het lokaal samenwerkingsverband rond BOA kan het best aansluiting vinden bij het Lokaal Overleg Kinderopvang

        LOK rond schoolgaande kinderen aangezien de koppeling met de scholen en oudercomités. En aangezien het om buitenschoolse opvang gaat.

        Dit samenwerkingsverband draait reeds goed, waardoor de introductie van BOA hier soepeler zou verlopen dan bij het Huis van het Kind.

 

7. Financiën

 

Riemst kreeg als gemelde opvang in het verleden geen subsidies voor de buitenschoolse opvang die ze organiseert, wel een overgangssubsidie in aanloop naar BOA. Het lokaal bestuur draagt zelf investeringen, die niet volledig gedekt zijn door de ouderbijdrage.

 

Vanuit het bestuur is de boodschap gegeven dat ze ook in de komende jaren deze inspanningen willen blijven leveren om kwaliteitsvolle kinderopvang te voorzien voor haar inwoners.

 

Voor het financieel kader verwijzen we naar het afzonderlijk agendapunt, eveneens ter goedkeuring voorgelegd op de gemeenteraad van 8 december 2025.

Samenvattend kan worden gesteld dat het lokaal bestuur op dit moment instaat voor de organisatie van buitenschoolse opvang en vrijetijdsactiviteiten binnen de gemeente Riemst, goed voor een totale jaarlijkse kost van circa 800.000 euro. Van dit bedrag kan slechts 360.000 euro (2026)  worden gerecupereerd via de BOA-basissubsidie en gemiddeld 172.000 euro via ouderbijdragen.

 

De markt werd onderzocht om na te gaan of andere aanbieders bereid zijn hetzelfde aanbod te organiseren onder betere financiële voorwaarden. Er zijn geen andere aanbieders op het grondgebied van Riemst, die zich kenbaar heeft gemaakt of bereid heeft verklaard om deze dienstverlening aan te bieden tegen gunstigere condities, wat bevestigt dat het lokaal bestuur de meest haalbare en verantwoorde organisator is.

 

De beschikbare BOA-middelen worden via gemeenteraadsbeslissing toegewezen aan het lokaal bestuur voor de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten, zoals bedoeld in het BOA-decreet. Het lokaal bestuur engageert zich bovendien om minimaal de bestaande werking van de buitenschoolse opvang verder te zetten en een extra financiële impuls te geven aan de samenwerking met lokale partners via het subsidiereglement (of later ook bestekken en/of samenwerkingsovereenkomsten).

 

Om dit vrijetijdsaanbod verder te ontwikkelen, worden de volgende budgetten voor 2026 geraamd:

        Naschools budget  15.000 euro

        Woensdagnamiddag budget 35.000 euro

        Schoolvrije dagen budget 8.500 euro

        Kleuterwerking schoolvakanties 10.000 euro

        Terugkomdagen zomerschool 4.000 euro

        Speelpleinwerking budget 95.000 euro
(incl. voorheen grabbelpasactiviteiten)

        Kampen (spel- en sportkampen) 10.000 euro

 

Dit komt neer op een totaal van 162.500 euro, als raming voor de organisatie van vrijetijdsactiviteiten waarvoor de BOA-subsidies ingezet worden en wat verdeeld kan worden op basis van het subsidiereglement (en/of bestekken/overeenkomsten).

 

De rechtstreekse exploitatiekosten die tot op heden verbonden zijn aan de organisatie van vrijetijdsactiviteiten, zijn momenteel rond de 110.000 euro (zie tabel 3.1.1). Van de te verwachten 360.000 euro in 2026 en 370.000 euro in 2027 zal er bijgevolg een extra aanbod ontwikkeld worden ten belope van een 50.000 euro, bovenop de inzet van de eigen middelen van de voorbijgaande jaren.

 

Van de extra BOA-subsidies rolt het grootste bedrag in de reguliere werking in voor de organisatie van de buitenschoolse opvang, met bijzondere aandacht voor de bestedingsvoorwaarden. Hiervoor wordt een afzonderlijk agendapunt ingediend om de eigen werking te laten erkennen in kader van BOA. Extra aandacht geldt voor het oormerken van de bedragen specifiek voor de kleuteropvang.

 

7.1 DAEB-Opdracht

Kinderopvang en buitenschoolse opvang worden beschouwd als een economische activiteit, ook als ze door een lokaal bestuur worden georganiseerd. Daarom vallen ze onder de staatssteunregels.

        Zodra een lokaal bestuur subsidies toekent aan zichzelf (voor de eigen opvang), is er sprake van een voordeel dat niet op een marktconforme manier wordt verkregen.

        Dit kan een verstoring van concurrentie veroorzaken ten opzichte van andere aanbieders (bv. private opvanginitiatieven).

        Om dit juridisch correct te doen, moet het bestuur aantonen dat de subsidie kadert in een DAEB-opdracht: een duidelijk omschreven publieke taak die niet louter commercieel is.

 

7.2 Vereisten volgens DAEB-kader

 

        Opdrachtformulering: Het lokaal bestuur moet expliciet vastleggen dat de eigen opvang een dienst van algemeen economisch belang vervult (bv. toegankelijkheid, inclusie, betaalbaarheid).

        Periode: Het lokaal bestuur moet expliciet vermelden hoe lang het bestuur wordt belast met de DAEB (max 10 jaar wegens DAEB). De steun verleend conform daeb moet om de 2 jaar worden gerapporteerd aan de EUR.

        Compensatieregeling: De subsidie mag niet hoger zijn dan de kosten + een redelijke marge.

        Transparantie: Er moet een scheiding zijn tussen de rol van regisseur en aanbieder om belangenconflicten te vermijden. Er moet een regeling zijn mbt toezicht op besteding van de middelen toevoegen, alsook een regeling om overcompensatie te vermijden en terug te vorderen, Er is een bewaarplicht: van de berekening van de compensatie voor periode van 10 jaar.

        Gelijkheidsbeginsel: Andere aanbieders moeten dezelfde kans krijgen om erkend te worden, tenzij het bestuur motiveert waarom eigen werking noodzakelijk is voor het publieke belang.

 

Vanaf 1 januari 2026 is er een verplichting tot het gebruik van een de-minimis register op nationaal of EU-niveau. Momenteel overlegt de VVSG met de Vlaamse overheid over de rol van lokale besturen bij de verplichte registratie.

 

7.3 Omschrijving DAEB-opdracht

Het lokaal bestuur van de gemeente Riemst draagt de buitenschoolse kinderopvang op om een dienst van algemeen economisch belang te verrichten, namelijk het aanbieden van buitenschoolse opvang voor kinderen van kleuter- en lagere schoolleeftijd, met bijzondere aandacht voor toegankelijkheid, inclusie en betaalbaarheid.

 

7.4 Doelstellingen van de opdracht

        Toegankelijkheid: De opvang moet beschikbaar zijn voor alle kinderen, ongeacht socio-economische achtergrond, met een betaalbaar tarief en eventuele kortingen voor kwetsbare gezinnen.

        Inclusie: De opvang moet inspelen op de noden van kinderen met een beperking, taalachterstand of andere specifieke behoeften.

        Kwaliteit: De werking voldoet aan de Vlaamse kwaliteitsvoorwaarden zoals bepaald in het BOA-decreet.

        Continuïteit: De opvang garandeert een stabiel aanbod tijdens schooldagen, vakanties en pedagogische studiedagen.

 

7.5 Compensatieregeling

Het lokaal bestuur voorziet een financiële compensatie die niet hoger is dan de nettokosten van de uitvoering van deze opdracht, conform de Europese staatssteunregels voor DAEB  met toepassing van Besluit 2012/21/EU van de EU Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.

 

7.6 Duur van de opdracht

De opdracht geldt voor een periode van 6 jaar, met evaluatie op basis van de gestelde doelstellingen op het einde van de legislatuur. kan verlengd worden na expliciete goedkeuring tot de maximale duurtijd van 10 jaar is bereikt.

 

8. SWOT-analyse

8.1 Sterktes

        Kinderopvang wordt dichtbij huis georganiseerd. Ouders ervaren dit als positief.

        Er is geen stop op het aantal inschrijvingen. Er is een plaats voor elk kind/ouder met een nood aan buitenschoolse opvang.

        Een groot deel van de kinderen geeft aan graag naar de opvang te komen.

        De kinderen kunnen zelf kiezen waar ze mee spelen en zelf met voorstellen/ideeën komen. Ook het aanbod aan spelmateriaal lijkt overwegend ruim genoeg.

        Een prijsvergelijking kwam niet aan bod in deze analyse, maar op basis van ervaring, contacten en een online zoektocht in dat de gevraagde opvangtarieven in Riemst tot de laagste uit de regio zijn. Bovendien blijkt uit de bevraging van de ouders dat de prijs geen struikelblok is voor de meeste gezinnen.

        De buitenschoolse opvang in Riemst hanteert een verhouding begeleider-kind ratio van 1 op 14, waar de richtlijn van Agentschap Opgroeien 1 op 18 is.

        Er is reeds een koppeling tussen buitenschoolse opvang en Multimove activiteiten georganiseerd door de gemeente.

        Buitenschoolse kinderopvang is een belangrijk thema voor het bestuur van de gemeente Riemst, dat hier dan ook stevig in investeert.

        Er is reeds een gevarieerd aanbod aan gemeentelijke activiteiten.

        Op elke locatie is er reeds multifunctioneel gebruik van de ruimtes.

        De gemeente organiseert zelf busvervoer.

        Met het LOK schoolgaande kinderen en het Overleg Flankerend onderwijs zijn er reeds goed draaiend samenwerkingsverbanden waarbij veel advies, uitwisseling en samenwerking mogelijk is.

 

8.2 Zwaktes

        De buitenschoolse opvang is versnipperd over 9 verschillende locaties, wat het moeilijk maakt om elk kind dezelfde kansen te bieden op vlak van activiteiten.

        De beleving door kinderen van de naschoolse opvang op woensdagnamiddag en tijdens de latere uren op andere dagen scoort opvallend lager dan de opvang in het algemeen.

        Infrastructuur

        Vaak in verouderde schoolgebouwen, waar niet altijd voldoende ruimte is om kwalitatieve opvang aan te bieden

        Gebrek aan rustmomenten en rustplekken

        Niet altijd mogelijk om een goede omgeving te creëren voor zowel kleuters als lageschoolkinderen.

        Beperkt aanbod activiteiten voor kleuters en jonge kinderen in de gemeente.

        Flexibiliteit en keuzevrijheid van de kinderen tijdens de buitenschoolse opvang is beperkt.

        Begeleiders hebben te weinig tijd om ook activiteiten te voorzien binnen hun uren.

        Huidige aanbod aan activiteiten tijdens de buitenschoolse opvang is beperkt.

        Er is nood aan extra opvangplaatsen tijdens de zomervakantie.

 

8.3 Opportuniteiten

        De BOA-subsidies betekenen heel wat extra bijkomende middelen die ingezet kunnen worden om de kwaliteit van de buitenschoolse opvang nog te verbeteren.

        Er wordt reeds heel wat rond activiteiten in de gemeente georganiseerd voor kinderen, maar er is (nog) niet altijd een link naar buitenschoolse opvang, zowel intern binnen de gemeentelijke diensten als extern.

        Vanuit de omgevingsanalyse blijkt dat gemiddeld bereik van 67 % van de schoolgaande kinderen doet regelmatig beroep op de buitenschoolse opvang. De kinderen zijn tevreden, hoewel de derde graad aangeeft nood te hebben aan meer variatie en uitdagende activiteiten. De ouders geven aan meer aanbod en variatie te wensen, specifiek voor kleuters en stellen vragen rond huiswerkbegeleiding.

        Er is wat groeimarge om kinderen en ouders te overtuigen gebruik te maken van de buitenschoolse opvang, indien er meer ingezet wordt op het aanbieden van meer gevarieerde activiteiten.

 

8.4 Bedreigingen

        De infrastructurele vraagstukken van de komende jaren zullen een grote rol (blijven) spelen in de locaties van de buitenschoolse kinderopvang, zeker in het kader van de klimaatdoelen die gehaald moeten worden.

        Er is plaats voor elk kind maar vooraf inschrijven is noodzakelijk om de personeelsbezetting te bepalen. Door de decentrale werking is er efficiëntieverlies en is meer personeelsinzet nodig om de veiligheid te kunnen blijven garanderen op iedere locatie in vergelijking met een meer gecentraliseerde aanpak.

9 Missie en visie op buitenschoolse activiteiten en opvang

Op de gemeenteraad van 11 september 2023 werd in voorbereiding op BOA de visie als volgt vertaald en goedgekeurd:

 

9.1 Missie

De buitenschoolse kinderopvang van de gemeente Riemst is een onmisbare partner voor het organiseren van een kwaliteitsvolle opvang voor de ontwikkeling en begeleiding van kinderen van 2,5 tot 13 jaar ongeacht de onderwijsvorm, waar zij wonen of naar school gaan. Als kindvriendelijke gemeente maken wij het mogelijk aan ouders om een evenwicht te vinden tussen werk en gezin en zorgen wij ervoor dat de kinderen hun vrije tijd zo aangenaam mogelijk spelenderwijs kunnen doorbrengen waardoor ouders ook pedagogisch ondersteund worden.

 

9.2 Visie 

 

Organisator en regisseur van vrije tijd

Ieder kind heeft het recht zich te kunnen ontwikkelen binnen zijn of haar eigen tempo. We organiseren een ruim, gevarieerdvrijetijdsaanbod om de kinderen in hun ontwikkeling te stimuleren door hun kansen aan te bieden om keuzes te maken en zich verder te ontplooien. We hebben aandacht voor kinderen met een zorgbehoefte: rust en inclusief werken zijn minstens even belangrijk. Om dit te realiseren werken we samen met gekwalificeerd personeel en externe partners.

 

Nabijheid en communicatie

Onze vaste medewerkers vormen een belangrijke schakel in de relatie met de ouders en zetten zich maximaal in om hen te betrekken bij het welbevinden van het kind. We zetten in op dagelijkse gesprekken, naast formele communicatie en bereikbaar zijn. We polsen regelmatig naar de werking van onze dienstverlening en sturen bij op basis van inspraak en dialoog.

 

Afstemming en samenwerking met scholen

De buitenschoolse kinderopvang wordt georganiseerd in nauwe samenwerking met de basisscholen. Om de overgang vlot te laten lopen, is onze werking geënt op een vaste structuur om de kinderen een houvast te bieden over de opvanglocaties heen.

 

Laagdrempelig en toegankelijk

Riemst is een heerlijk veelzijdige gemeente die bestaat uit 13 dynamische dorpskernen in een landelijke omgeving. De school en de kinderopvang vormen een belangrijke ontmoetingsplaats om onze dorpen leefbaar te houden. De buitenschoolse kinderopvang wordt daarom decentraal georganiseerd om ieder kind zich thuis te laten voelen in zijn dorp of gemeente.

10. Samenvattende argumentatie om de eigen werking van buitenschoolse opvang te financieren via BOA-subsidies

De keuze om de eigen werking van het lokaal bestuur te erkennen als organisatievorm is vaak de meest logische en strategische optie, in het kader van BOA.

Gelet op de volgende argumenten doen de diensten het voorstel aan de gemeenteraad om de eigen werking van buitenschoolse opvang te erkennen, waardoor zij het recht verwerven op de BOA-subsidies te gebruiken voor de omschreven doeleinden.

 

 

  1. Regierol en beleidsverantwoordelijkheid

        Het BOA-decreet legt de regie bij lokale besturen: zij moeten een samenhangend beleid uitwerken voor buitenschoolse opvang en activiteiten. Het financieren van een eigen werking versterkt deze regierol en garandeert dat het bestuur zelf kwaliteitsnormen kan bewaken en beleidsdoelen realiseren.

        Beleidsinstrument voor eigen doelstellingen: het verdelen van middelen via eigen werking is een krachtig instrument om lokale beleidsprioriteiten te realiseren (bijv. sociale inclusie, armoedebestrijding, participatie van kwetsbare gezinnen).

 

  1. Afstemming op lokale noden

        Het lokaal bestuur staat het dichtst bij de burger en heeft daardoor het beste zicht op de specifieke behoeften van de gemeenschap.

        Elke school in de gemeente is verbonden met de werking van de BKO, zodat de verplaatsing van de kinderen naar de BKO tot het minimum beperkt wordt.

        In de eigen werking kunnen alle kinderen van de gemeente met een opvangvraag terecht.

        Met de eigen werking organiseren we een opvangaanbod met ruime openingsuren op schooldagen (voor- en naschools), op vrije dagen en tijdens alle schoolvakanties.

        Door de eigen werking te erkennen, kan men sneller inspelen op lokale uitdagingen zoals welzijn, vrije tijd en maatschappelijke participatie.

        Een eigen werking laat toe om flexibel in te spelen op lokale behoeften (bijv. inclusieve aanpak voor kwetsbare kinderen, taalkansen Nederlands).

 

  1. Efficiëntie en integratie

        Het lokaal bestuur kan interne processen beter afstemmen op de BOA-visie, waardoor duplicatie van taken en versnippering van verantwoordelijkheden wordt vermeden.

        Integratie van diensten (mens, welzijn, vrije tijd) zorgt voor een holistische aanpak van noden.

        Gebruik van infrastructuur: subsidies kunnen ingezet worden voor multifunctioneel gebruik van infrastructuur, vergroening van buitenruimtes en aankoop van speelmateriaal. Een eigen werking maakt deze investeringen duurzaam en geïntegreerd.

 

  1. Kwaliteitsgarantie en inclusie

        Door eigen werking te financieren, kan het bestuur kwaliteitslabels en pedagogische standaarden beter implementeren en opvolgen.

        BOA-subsidies zijn gekoppeld aan voorwaarden zoals:

        minstens één derde van de subsidie moet gaan naar opvang aangepast aan de noden en behoeften van kleuters;

        minstens 75 % van de subsidie moet gaan naar erkende opvang van kinderen uit het kleuter- en lager onderwijs.

        maximaal 25 % van de subsidie mag gaan naar aan de brede doelstellingen van het BOA-decreet (bijvoorbeeld de aanwerving van een BOA-coördinator, …).

            Eigen werking maakt het eenvoudiger om deze normen structureel te halen.

        BOA-subsidies voorzien extra middelen voor toegankelijkheid en inclusie (bijv. 88,99 euro per doelgroepkind vanaf 2026).

        De eigen werking staat open voor alle kinderen, met en zonder specifieke zorgbehoefte. We streven ernaar zo inclusief mogelijk te werken.

        In de eigen werken hanteren we een uitgebreid sociaal tarief om de financiële toegankelijkheid van het aanbod te garanderen.

 

  1. Continuïteit en betrouwbaarheid

        Een erkende eigen werking geeft het bestuur meer autonomie om beleidskeuzes te maken en middelen in te zetten waar ze het meest nodig zijn. Dit verhoogt de wendbaarheid om in te spelen op veranderende maatschappelijke trends en beleidsprioriteiten.

        Door zelf opvang te organiseren, kan het bestuur garanderen dat er altijd een aanbod is, ook bij schommelingen in het private aanbod. Dit verhoogt de vertrouwensband met ouders en draagt bij aan werk-gezin-combinatie, wat een kernpunt van het BOA-decreet is.

        In de eigen werking hebben de kinderbegeleiders een gunstig personeelsstatuut. Daarnaast zetten in op de inschakeling van kwetsbare doelgroepen en investeren in onze rol van lokaal werkgeverschap via de tewerkstelling van wijkwerkers en sociale-economiebedrijven (bijv. In-z).

  1. Voldoen aan erkenningsvoorwaarden, zijnde:

 

Organisatorische voorwaarden

 

        De organisator heeft een rechtspersoonlijkheid en een maatschappelijk doel.

        De organisator heeft een duidelijk leiderschap

        De organisator heeft een geïntegreerde aanpak

        De organisator heeft een reflectieve, proactieve en reactieve houding

        De organisator heeft een innovatieve houding: maatschappelijke ontwikkelingen en regelgeving wordt opgevolgd en waar nodig, wordt de werking vernieuwd.

        De organisator heeft een doeltreffende communicatie en transparantie.

        De organisator reikt fiscale attesten en attesten voor de mutualiteiten uit. n doeltreffende communicatie en transparantie

        De organisator bouwt aan een actieve samenwerking met andere partners: kinderopvang staat niet op zichzelf.

        De organisator organiseert opvang voor en/of na schooltijd op reguliere schooldagen, woensdagnamiddag en/of schoolvrije dagen (bijv. pedagogische studiedagen, vakantiedagen, speelpleinwerking, spel-en sportkampen, …).

        De organisator reikt fiscale attesten en attesten voor de mutualiteiten uit.

 

Medewerkersbeleid

 

        De organisator controleert bij iedere aanstelling het gedrag van iedere medewerker waarvan onberispelijk gedrag ten opzichte van minderjarigen wordt geëist, conform het decreet van 3 juni 2022.

        De organisator werkt met vertrouwde, vaste personen met ondersteuning van overige medewerkers.

        De organisator beschikt over een verantwoordelijke die de nodige competenties en vaardigheden heeft om de dagelijkse werking aan te sturen.

        De organisator voorziet iemand waarbij medewerkers met hun vragen terecht kunnen.

        De organisator heeft afspraken rond de opleidingen van medewerkers samengevat in een jaarlijks professionaliseringsplan.

        De organisator garandeert dat alle medewerkers minstens het niveau B1 Nederlands (mondeling) beheersten en gebruiken consequent het Nederlands in interactie met kinderen, ouders en collega's.

        De organisator heeft een plan voor crisissituaties.

        De organisator beschikt over procedures voor grensoverschrijdend gedrag, EHBO en brandveiligheid.

        De organisator is akkoord met de afspraak, dat elke situatie waarbij de fysieke of psychische integriteit van een kind werd geschonden, wordt gemeld aan het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling.

        De organisator heeft minstens 1 aanwezige medewerker met een attest 'kennis levensreddend handelen' dat maximaal vijf jaar oud is.

Specifiek voor de buitenschoolse opvang en activiteiten geldt:

        De organisator heeft minstens 80 % van de teamleden met verworven pedagogische en/of vrijetijdsgerichte competenties op vlak van:

        zorgzaam omgaan en pedagogisch handelen

        spelen met kinderen

        positief omgaan met diversiteit

        inzicht in risico’s en veiligheid

        De organisator werkt met een evaluatiesysteem waarin de 6 basiscompetenties1 van een begeleider aftoetst worden. Op basis hiervan worden verbeterpunten geformuleerd en de ontwikkeling geëvalueerd

        De organisator heeft schriftelijke afspraken over afwezigheden en vervangingen van medewerkers.

        De organisator zorgt voor continuïteit in de begeleiding.

 

Specifiek voor de organisator van speelpleinwerking geldt:

        De organisator organiseert een kennismakings- of sollicitatiegesprek voor nieuwe medewerkers.

        De organisator streeft naar continuïteit in de begeleiding/

        De organisator stelt binnen elke leeftijdsgroep een groepsverantwoordelijke aangesteld.

        De organisator organiseert jaarlijks een startvergadering waaraan medewerkers verplicht deelnemen als voorbereiding op de zomerwerking.

Specifiek voor de organisator van spel- en sportkampen geldt:

        De organisator organiseert een kennismakings- of sollicitatiegesprek voor nieuwe medewerkers.

        De organisator streeft naar continuïteit in de begeleiding.

 

Pedagogische voorwaarden

 

        De organisator heeft een volwaardig pedagogisch beleidsplan, waaruit blijkt dat de werking gebaseerd is op een duidelijke pedagogische visie, het kind centraal staat en het welbevinden van het kind actief gestimuleerd wordt.

        De organisator zorgt voor warme transitie tussen school en opvang.

        De organisator voorziet in opvang die plaats vindt in de vrije tijd van kinderen: het is een plaats waar interesses, mogelijkheden en talenten van alle kinderen opgepikt en aangesproken worden. De opvang voorziet in een eenvoudige, maar doordachte tijdsindeling, waarbij activiteiten zoals spelen worden afgewisseld met momenten van rust.

        Het opvangaanbod is afgestemd op kleuters, met aangepaste activiteiten, begeleiding en infrastructuur De organisator heeft een gevarieerd aanbod en er is iets voor elk wat wils.

        De organisator geeft kinderen medezeggenschap via gestructureerde inspraak. De kinderen kunnen suggesties doen voor spel.

        De organisator voert een actief taalbeleid dat het Nederlands ondersteunt.

        De organisator heeft helder geformuleerde afspraken en regels.

        De organisator onderzoekt de individuele zorgbehoefte van ieder kind binnen het draagvlak van team en bekijkt een werking op maat.

 

Toegankelijkheid

 

        De organisator heeft een open, continu en structureel aanbod voor alle kinderen zonder selectie.

        De organisator heeft een actuele en duidelijke beschrijving van het opvangaanbod, inclusief openingsuren, prijsbeleid en inschrijvings- en annuleringsvoorwaarden.

        De organisator heeft een heldere inschrijfprocedure.

        De organisator heeft flexibele inschrijf-/annuleringsopties.

        De organisator heeft een alternatief voor online inschrijving voorzien en de organisator voorziet voldoende ondersteuning bij het online inschrijven.

        De organisator heeft aandacht voor kwetsbare doelgroepen: er is een sociaal tarief voor kwetsbare Riemstenaren gebaseerd op minimaal de sociale toeslag en/of leefloongerechtigd zijn.

        Er is een structurele samenwerking met toeleiders en organisaties die kwetsbare gezinnen ondersteunen.

        Er is toeleiding, aangepaste ondersteuning. Als de organisator deze gezinnen zelf niet kan verder helpen, wordt er samengewerkt met Huis van het Kind om oplossingen te zoeken.

        De organisator heeft aantoonbare aandacht voor diversiteit en inclusie.

        De werking gaat door op een gepaste plek voor het aanbod

        De organisator communiceert hoe de locatie vlot bereikt kan worden..

 

Monitoring & evaluatie

 

        De organisator beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem, waar de werking systematisch geëvalueerd en bijgestuurd wordt door de kinderen, gezinnen en medewerkers.

        De organisator beschikt over een zelfevaluatie-instrument of checklist.

        De organisator heeft mogelijkheden om het pedagogisch handelen regelmatig te evalueren.

        De organisator verzamelt feedback over de inhoud en de organisatie van het aanbod

        De organisator heeft een duidelijke, toegankelijke en laagdrempelige klachtenprocedure.

 

Verbondenheid

 

        De organisator heeft een visie (en actieplan) over gezinnen en hoe ze betrokken kunnen worden bij de werking.

        De organisator neemt een engagement op binnen het lokaal samenwerkingsverband BOAL

        De organisator heeft aandacht voor ouderbetrokkenheid.

        De organisator maakt actief verbinding met de buurt, de gemeenschap en andere voorzieningen die werken met gezinnen en kinderen (outreachend).

        De organisator maakt actief gebruik van de buurt als speelruimte voor kinderen. De organisator zet in op gedeelde infrastructuur en/of spelmateriaal.

        De organisator speelt in op de noden die aan bod komen uit bevragingen, netwerkmomenten, cijfers, …

        De organisator staat open voor bovenlokale samenwerking rond bv. inclusie, toegankelijkheid, vormingen, …

 

TOT SLOT

Geen enkele marktpartij heeft zich bereid verklaard om deze dienstverlening aan te bieden tegen gunstigere condities, wat bevestigt dat het lokaal bestuur de meest haalbare en verantwoorde organisator is.

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

ICT

ALGEMENE VERGADERING C-SMART 18 DECEMBER 2025

 

Aanleiding, feiten, context

Op 18 december 2025 om 16u00 uur organiseert CIPAL een algemene vergadering. Deze vergadering zal digitaal doorgaan.

 

Agenda:

1. Toetreding nieuwe deelnemer(s)

2. Bespreking en goedkeuring van de begroting 2026

3. Goedkeuring van het verslag, staande de vergadering

 

De gemeenteraad heeft Joël L'Hoëst als vertegenwoordiger aangeduid en Wouter Coenegrachts als plaatsvervanger.

 

Als bijlage de toelichting bij de agendapunten van deze vergadering.

 

Juridische gronden

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (“DLB”) en in het bijzonder op art. 40 inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad en inzake de intergemeentelijke samenwerking.

 

Het gemeenteraadsbesluit van 10/03/2025 inzake de aanduiding van de vertegenwoordiger van de gemeente op de Algemene Vergaderingen van Cipal.

 

Financiële weerslag

Niet van toepassing.

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Patrimonium

VERLENEN MACHTIGING TOT VERKOOP REECKERVELT 12

 

Aanleiding, feiten, context

De BV Algemene Schrijnwerkerij Riemst, eigenaar van het onroerend goed gelegen te Reeckervelt 12, Riemst, wenst het goed te verkopen aan NV ISOLA. Het goed is kadastraal gekend als 1e afdeling Riemst, sectie A, nummers 0074F P0003 en 0074F P0004, met een oppervlakte van 45a 42ca.

 

Het verkochte betreft het tréfonds van het goed, waarbij het erfpachtrecht eerder werd gevestigd bij akte van 5 maart 2024 in voordeel van Belfius Lease Services NV, voor een duurtijd van 99 jaar. De koper treedt in de rechten en plichten van de verkoper, inclusief de naleving van de erfpachtvoorwaarden.

 

De verkoop is onderworpen aan bijzondere voorwaarden, zoals opgenomen in de oorspronkelijke akte van aankoop van 5 juli 2006 en bevestigd in het kader van de huidige verkoop. Deze voorwaarden omvatten onder meer de goedkeuring van de gemeenteraad voor de doorverkoop en de voorgenomen bedrijfsactiviteiten, de eerbiediging van een huurovereenkomst inzake zonnepanelen, en de verplichting tot vestiging van een opstalrecht op verzoek van BV MOVAN.

 

Daarnaast is het goed zonevreemd gelegen in agrarisch gebied, wat gevolgen heeft voor de verbouwings- en herbouwmogelijkheden. De koper is hiervan op de hoogte en verklaart zich akkoord met de beperkingen en verplichtingen die hieruit voortvloeien.

Om deze verkoop rechtsgeldig te laten plaatsvinden, is een machtiging van de gemeenteraad vereist conform de bijzondere voorwaarden en de erfpachtconstructie.

 

Juridische gronden

Het BPA “Op het Reeck”, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 10 oktober 1990 (nr. D7148/18), voorziet in voorwaarden voor gronden in de ambachtelijke zone;

Het gemeenteraadsbesluit van 1 september 1992 houdende de vaststelling van de voorwaarden van verkoop, zone Op Het Reeck;

Het BPA "Op het Reeck - partiële herziening en uitbreiding" definitief vastgesteld door de gemeenteraad van 12 maar 2002;

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
Decreet ruimtelijke economie 13 juli 2012;

Bestuursdecreet van 7 december 2018 over de openbaarheid van bestuur;

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.


Adviezen

/

 

Argumenten

Het college van burgemeester en schepenen vraagt de gemeenteraad om met voorgestelde verkoop akkoord te gaan op voorwaarde dat de verkoopvoorwaarden goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 1 september 1992 van kracht blijven en dat de toekomstige activiteiten passen binnen de voorwaarden en voorschriften van het BPA "Op het Reeck" van 21 februari 2005 herziening en uitbreiding.

 

Financiële weerslag

Niet van toepassing

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Algemeen Directeur

KLACHTENRAPPORT 2024

 

Aanleiding, feiten, context

Jaarlijks rapporteren over klachten is decretaal verplicht en belangrijk in het kader van het goed functioneren van de dienstverlening.

 

Juridische gronden

Het Decreet over het Lokaal Bestuur stelt dat de algemeen directeur jaarlijks rapporteert aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau over de klachten en de organisatiebeheersing.

 

Bijlage

Het jaarrapport klachten 2024.

 

BESLUIT:

 

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Directiesecretariaat

GOEDKEURING NOTULEN GEMEENTERAAD VAN 17 NOVEMBER 2025

 

Aanleiding, feiten, context

De notulen van de gemeenteraad van 17 november 2025 worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Juridische gronden

Art. 32, 277 en 278 van het Decreet over het Lokaal Bestuur handelen over de vormvereisten, opmaak, beschikbaarstelling en bewaring van de notulen van de gemeenteraad.

 

BESLUIT:

eenparig

 

Aangenomen

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Directiesecretariaat

KENNISNAME ZITTINGSVERSLAG (AUDIO-OPNAME) VAN DE GEMEENTERAAD VAN 17 NOVEMBER 2025

 

Aanleiding, feiten, context

Zoals bepaald onder artikel 32 in het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad dd. 03.02.2025 is het zittingsverslag een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.

 

De audio-opname is te raadplegen op de website van de gemeente.

 

Juridische gronden

Art. 32 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad Riemst van 3 februari 2025 handelt over de vormvereisten van het zittingsverslag van de gemeenteraad;

Titel 1. De politieke organisatie van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, hoofdstuk 1 van het Decreet over het Lokaal Bestuur regelt de werking, organisatie en bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

BESLUIT:

 

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Directiesecretariaat

VRAGEN RAADSLEDEN

 

Aanleiding, feiten, context

Zoals bepaald onder artikel 11 in het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad dd. 03.02.2025 hebben de raadsleden het recht aan de leden van het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Daarvoor is geen toegelicht voorstel van beslissing nodig.

 

De schriftelijke vragen worden via e-mail gericht aan de algemeen directeur.

 

Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering kunnen de raadsleden maximaal twee mondelinge vragen stellen over gemeentelijke aangelegenheden, die niet op de agenda van de raad staan. De onderwerpen dienen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering van de gemeenteraad bezorgd te worden aan de algemeen directeur (i.c. uiterlijk woensdag om 24.00 uur indien de zitting van de gemeenteraad plaats heeft op maandag in de volgende week). De vragen kunnen per e-mail ingediend worden. Op deze mondelinge vragen wordt ten laatste tijdens de volgende zitting geantwoord tenzij de complexiteit van het antwoord bijkomende administratieve handelingen of onderzoek vereist waardoor er pas op een volgende zitting kan geantwoord worden.

 

De procedure van mondelinge vragen is beperkt tot de vraagstelling en het eventuele onmiddellijke antwoord van een lid van het college van burgemeester en schepenen. Het is de raadsleden toegestaan repliek op het antwoord te vragen waarbij een beperkte bespreking van het onderwerp mogelijk moet zijn. In geen geval wordt in de raad een uitvoerig debat over de gestelde vraag gevoerd of wordt de vraag staande de zitting omgevormd tot een agendapunt en ter stemming voorgelegd. Om over een onderwerp een debat te kunnen voeren dient dit deel uit te maken van de agenda van de betreffende raad, of al dan niet als bijkomend punt aan de agenda te worden toegevoegd. Hiertoe is vereist dat het onderwerp als agendapunt wordt vermeld.

 

Juridische gronden

Art. 11 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van Riemst van 3 februari 2025 schrijft de werkwijze i.v.m. stellen van vragen door raadsleden voor;

Titel 1. De politieke organisatie van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, hoofdstuk 1 van het Decreet over het Lokaal Bestuur regelt de werking, organisatie en bevoegdheden van de gemeenteraad.

 

BESLUIT:

 

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Overzicht punten

Vergadering gr van 8/12/2025.

Mobiliteit en GIS

BIJKOMEND DAGORDEPUNT INGEVOLGE ART. 21 VAN HET DECREET OVER HET LOKAAL BESTUUR - DANNY LEMMENS - PARKEERVERBOD SPAALDERWEG TER HOOGTE VAN DRAAI VZW RESET /CONTAINERPARK

 

Werd uitgesteld naar een andere zitting.

 

Publicatiedatum: 13/02/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.